Hermes7


April 2004, #3

Inhoud

Van de redactie
Nieuw op Katinka Hesselink Net (in het Nederlands)
Korte citaten
Wat is werkelijkheid? Katinka Hesselink
Wijze gezegden, Mohammed
Uit de oude doos
De boeken Job, Katinka Hesselink
Uit het nieuws, redactie
Twee guru's


Van de redactie

In Nederland heeft godsdienstvrijheid altijd hoog in het vaandel gestaan. Dit is ook te merken in de huidige discussie over de hoofddoekjes van onze 'moslima's'. (*) Met de aanslag in Spanje nog vers in het achterhoofd heb ik op twee manieren aandacht willen geven aan de goede kanten van de Islam. Ik vind dat we niet moeten vergeten dat de grote meerderheid van de Moslims (net als de grote meerderheid van de Christenen) gewone mensen zijn, met gewoonten, gebruiken, ambities, wensen, verdriet en blijdschap. De Islam staat voor vrede - etymologisch is het woord verwant aan het woord Shalom. Mohammed was op zijn beurt net als Jezus vooral een inspirerende figuur en niet een moslim-terrorist. Ter herinnering daaraan heb ik een pagina met links naar liberale moslim sites gemaakt (zie nieuw op Katinka Hesselink Net) en in dit nummer van Hermes7 een aantal Hadith (spreuken van Mohammed uit de overlevering) vertaald uit het Engels. De engelse bron staat erbij.

Verder was Henk Spierenburg op 6 maart in Naarden op het Internationaal Theosofisch Centrum, waar hij praatte over het boek Job, uit het Oude Testament. Een verslag van die dag is hieronder ook opgenomen.

(*) Ik heb de geschiedenis van de sluier in Moslim-landen opgezocht en het blijkt een weinig constant gebruik te zijn dat pas eeuwen na Mohammed algemeen gebruik werd. Zie: http://www.womeninworldhistory.com/essay-01.html


Nieuw op Katinka Hesselink Net (in het Nederlands)

Liberale Islam links
Boeddhisme basisgegevens
De paramita’s of deugden van perfectie


Korte citaten

Jiddu Krishnamurti, Ervaring en Gedrag, Altamira, 1991

Het doel van alle ervaring is de werkelijke waarde der dingen te ontdekken.

Gezegden over karma, W.Q. Judge

(1) Er is geen karma, tenzij er een wezen is om het te creëren of haar effecten te voelen.

(2) Karma is de aanpassing van effecten die uit oorzaken voortvloeien. Onderwijl ervaart het wezen door wie of op wie die aanpassing uitwerkt pijn of vreugde. Path, march, 1893


Wat is werkelijkheid?

Katinka Hesselink

Twee maand geleden zijn we begonnen met vier leerstellingen uit het Boeddhisme. Deze zijn essentieel voor de Boeddhistische filosofie, hoewel de interpretaties van deze vier leerstellingen nogal uiteenlopen:

  1. Wat voortgebracht wordt is vergankelijk
  2. all onzuivere fenomenen brengen lijden
  3. alle verschijnselen zijn zelfloos
  4. nirvana is vrede.

Er zijn verschillende stelsels die in het Tibetaans Boeddhisme terug komen en het begrip Sunnyata (= leegte) uitleggen. In deze aflevering behandelen we de visie van het Vaibhaishika stelsel.

Hierbij is het verhaal van de auto belangrijk. Er staan een heleboel auto's in deze straat. Dat lijkt doodgewoon. Maar je kunt niet aan de auto's zien of ze het doen. Een auto die het niet doet, is dat nog een auto? Een auto waar alle wielen vanaf zijn gehaald, is dat nog een auto? Als de stoelen er uit zijn gehaald, is het dan nog een auto? Ergens in dit verhaal gaat de auto over in schroot. De grens tussen die twee is een keus die we maken. De auto die het niet doet, zullen we meestal nog een auto noemen, maar de auto zonder stoelen, en wielen, komt al veel dichter bij schroot. Dat heeft te maken met onze definitie van wat een auto is. Door de auto auto te noemen, lijkt het een duidelijk voorwerp. Het lijkt iets heel anders dan schroot. Maar als je er goed naar kijkt, blijkt de grens tussen schroot en auto nogal willekeurig. De Vaibhashika traditie vindt dat hieruit blijkt dat de definities die we van dingen hebben bepalen wat we denken dat het is, maar uiteindelijk is dat misleidend.

Dit voorbeeld van de auto geeft aan dat de dingen die wij ‘auto’ noemen bestaan uit een verzameling losse delen. Doordat we het een naam geven, auto bijvoorbeeld, gaat ons denken doen alsof het iets blijvends is – terwijl de auto helemaal niet zo blijvend is. Dat geldt voor alle verschijnselen, ook voor mensen. Ze zijn niet zo blijvend als wij geneigd zijn te denken. Daarom komt de dood ook zo vaak als verassing, omdat we vergeten, of niet willen zien, dat onze lichamen uit onderdelen bestaan, uit elkaar kunnen vallen, afhankelijk zijn van dingen buiten zichzelf.

Voornamelijk gebaseerd op: Schijn en werkelijkheid, de twee waarheden in de vier boeddhistische leerstelsels, door Guy Newland en uitgegeven bij Kunchab Publicaties, 1999


Wijze gezegden

Mohammed

Een hypocriet heeft drie kenmerkende eigenschappen. Als hij praat, liegt hij; wanneer hij iets belooft, doet hij het niet en wanneer hij iets toevertrouwd heeft gekregen, schendt hij dat vertrouwen. (Verteld door de twee Sjeiks, volgens Abu Huraira)

Wens voor anderen wat je voor jezelf wenst. (Verteld door al-Bukhari)

Allah de Meest Hoge houdt van een dienaar die soepel is wanneer hij verkoopt, soepel is wanneer hij koopt, soepel is wanneer hij een schuld aflost en soepel is wanneer hij een schuld int. (Verteld door al-Bayhaqu, volgens Abu Huraira)

Als een van jullie iemand ziet die beter is dan jij in rijkdom en schoonheid, kijk dan ook naar iemand die minder is. (verteld door de twee Sjeiks, volgens Abu Huraira)

Praat over de goede daden van de doden en vermijdt het hun slechte daden te vertellen. (verteld door at-Tirmithi, volgens Ibn 'Omar)

Doe je voordeel met vijf dingen voor vijf andere gebeuren. Deze zijn je leven voor je dood, je gezondheid voor je ziekte, je vrije tijd voor je ergens in op gaat, je jeugd voor je ouderdom en je rijkdom voor je armoede. (verteld door al-Bayhaqi, volgens Ibn 'Abbas).

Allah heeft verboden ongehoorzaam te zijn aan je moeder, je dochters levend te begraven, gierig te zijn en je andermans eigendom toe te eigenen. Drie zaken heeft hij afgekeurd: roddel en kletspraat, eindeloos doorvragen en verkwisting van rijkdom. (overgeleverd door al-Bukhari en Islamitisch volgens al-Maghira Ibn Shu'ba)

De toepassing van religie is makkelijk en wie zichzelf met zijn religie overvoert zal er door overmand worden. Wees dus redelijk. Probeer de perfectie te naderen, maar ga niet voorbij je kunnen. Ontvang dan het goede nieuws dat je beloond zult worden. Zoek de hulp van Allah door hem te aanbidden in de morgen, de middag en het laatste uur van de nacht. (verteld door al-Bukhari)

Een mens kan dingen doen die voor de mensen de daden lijken van de bewoners van het Paradijs, terwijl hij in feite voorbestemd is te zijn onder de bewoners van het vuur (de hel). Een mens kan dingen doen die voor de mensen lijken op de daden van de bewoners van het vuur, terwijl hij in feite voorbestemd is onder hen te zijn die het Paradijs bewonen. (verteld door al-Bukhari en Moslim).

Mohammed (Pbuh) Sayings of Wisdom
Nederlandse vertalingen van een aantal Hadith


Uit de oude doos

Onder redactie van Peter van der Linden (Amsterdam)

Ithell Colquhoun: Sword of Wisdom, MacGregor Mathers and "The Golden Dawn"; London, Neville Spearman, 1975, 300 blz. plus index, f 35,-.

M.E. Heijboer-Barbas, Theosofia, November/december 1975, pag. 272 (Uit de rubriek “over boeken gesproken..”)

De Orde van de Gouden Dageraad heeft in de Theosofische Vereniging nooit veel aandacht gekregen, ondanks het feit dat zij vrijwel gelijktijdig met H.P.B's [H.P. Blavatsky] "Eastern Section of the Theos. Soc." in 1888 werd opgericht en vele theosofen heeft geherbergd. Van de drie stichters waren er twee lid van de T.S. [Theosophical Society] en bovendien H.P.B.'s persoonlijke vrienden, Dr. William Wynn Westcott (de man achter de drie w's in H.P.B.'s Theosof. Woordenb.) en McGregor Mathers, wiens vertaling van Knorr v. Rosenroth's Kabbala Denudata in het Engels door H.P.B. hooglijk werd geprezen. De ceremonieel-magische beweging van "The Hermetic Order of the Golden Dawn" wilde speciaal de westerse, geestelijke traditie doen herleven, zoals de East. Sect. van de T.S. zich richtte op de oosterse, geestelijke traditie. Tijdens het leven van H.P.B. waren er vriendschappelijke betrekkingen tussen beide instellingen. Onze jaren '70 hebben een stroom van literatuur over de Golden Dawn gebracht: Ritual Magic in England van Francis King, The Magicians of the Golden Dawn van Ellic Howe, Yeats's Golden Dawn van George Mills Harper en nu dit uitstekend geschreven en boeiende boek van Ithell Colquhoun. Het eerste deel behandelt de contacten van de schrijfster met diverse van de latere vertakkingen van de Golden Dawn, waarbij telkens de toelating tot de betreffende orde om de een of andere reden misging. Het tweede deel bestaat uit een biografie (de eerste!) van MacGregor Mathers, waarbij ook andere interessante "theosofische" persoonlijkheden ter sprake komen, zoals b.v. Anna Kingsford. Het derde deel van het boek handelt over de geschiedenis van de Golden Dawn, de legale verbreiding (met lijsten van leden van de verschillende Tempels; achter de namen verschijnt menigmaal: lid T.S.), de voornaamste personen en de illegale vertakkingen, gevormd door leden die de jurisdictie van Mathers niet meer wensten te erkennen. Het laatste deel geeft een kort overzicht van wat de Golden Dawn aan nieuwe inzichten heeft gebracht over o.a. magie, het Henochiaanse systeem van Dr. John Dee en alchemie. Uit een brief van W. B. Yeats (p. 169 v. h. boek) blijkt, dat Alfred Sinnett in 1896 als "novicen-meester" in de Golden Dawn werkzaam was, een verbazingwekkende mededeling waar, voor zover ik weet, in de theos. lit. niets over te vinden is. Alleen Olcott in zijn O.D.L. (deel VI, p. 47) (1) weet te melden dat Sinnett in 1896 in de Londense Loge van de T.S. een voordracht over Alchemie hield en na afloop aan de leden zijn alchemistisch laboratorium liet zien. Was die belangstelling bij hem gewekt door zijn G.D.-collega's? Een interessant boek voor iedereen die zich voor de westerse mysterie-traditie interesseert.

(1) Old Diary Leaves, vertaald als Oude dagboekbladen. H.S.Olcott was de eerste president van de TheosofischeVereniging.  PvdL


De boeken Job

Katinka Hesselink

Afgelopen 6 maart was er in Naarden een bijeenkomst, o.l.v. Henk Spierenburg, met als onderwerp de boeken Job (uit het Oude Testament). Zoals hij aangaf, had hij de instructie gekregen niet de hele tijd te praten over de ontoereikendheid van de bronnen, het gebrek aan informatie en dergelijke. Dit heeft hij dan ook alleen voor de pauze gedaan. Het blijkt dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat de boeken Job van Arabische (ofwel Egyptische) oorsprong zijn, zoals H.P. Blavatsky al in de 19de eeuw beweerde. Er zijn drie boeken gevonden die ieder uit de twaalfde dynastie stammen, dus ontstaan tussen 1990 en 1785 vóór Christus en grote overeenkomsten vertonen met het boek zoals dat in het Oude Testament staat. Blavatsky vond het boek zoals we dit kennen een slap aftreksel van het oorspronkelijke verhaal. Verder bleken er van dit bijbelboek verschillende versies te zijn, de meeste van na het begin van onze jaartelling, ondanks het feit dat het in het Oude Testament staat. Hoewel rechtse Christelijke groeperingen het boek graag historisch uit willen leggen, zegt de Talmoed ongeveer het volgende: ‘Job heeft nooit geleefd. Het is een verzonnen verhaal, gemaakt om iets duidelijk te maken. Het is dus een allegorie, net als spreuken en prediker.’ Henk voegde hieraan toe: alles wat lekker leest is niet ‘echt’.

In het deel na de lunch ging Henk in op de inwijdingsweg waar het verhaal van Job een uitdrukking van is. Zoals in de hand-out (zoals altijd bij Henk weer uitgebreid. Het hele boek Job stond er in) al was aangegeven wordt een inwijdingsweg in elke traditie gekenmerkt door een kwijt raken van alle houvast. Job raakt zijn rijkdom, zijn kinderen, zijn vrouw en uiteindelijk zijn gezondheid kwijt. In eerste instantie draagt hij zijn lijden nobel, maar uiteindelijk doet hij zijn beklag bij God. Waarom ik? Ik ben toch deugdzaam geweest? (mijn woorden) In dialoog met zijn drie vrienden verdedigt hij zich keer op keer, terwijl de vrienden hem ervan proberen te overtuigen dat hij dit verdiend moet hebben. Omdat hij niet naar hen luistert – spreekt uiteindelijk de vierde vriend. Dit is volgens Blavatsky de ingewijde, de wijze leraar. Deze spreekt pas als Job klaar is om hem te horen. Hij benadrukt Job’s gebrek aan kennis en macht ten opzichte van God, door bijvoorbeeld te zeggen: ‘(37.16,17) Begrijpt u iets van het zweven der wolken, de wonderwerken van het Volmaakte in kennis, u, wiens kleren heet worden, als de aarde stil is vanwege de zuidelijke hitte?’ Als hij dat allemaal niet kan en weet, hoe weet hij dan wat hij verdiend heeft? Vervolgens komt God zelf te spreken, bijvoorbeeld vers 38.4,5: ‘Waar was u, toen Ik de aarde grondvestte? Vertel het, indien u inzicht hebt! Wie heeft haar afmetingen bepaald? U weet het immers!’ enzovoorts. H.P. Blavatsky voegt hieraan toe dat ‘met zijn dodelijk materialisme de mens elke herinnering, niet alleen aan zijn heilige kindsheid, maar ook aan zijn vroege jeugd, heeft verloren, toen hijzelf een van de Bouwers was, “terwijl de morgensterren tezamen juichten, en al de zonen van God jubelden”, toen zij de afmetingen voor de hoekstenen van de aarde hadden gelegd – om de diepe, veelzeggende en poëtische taal van [het boek van] Job, de Arabische ingewijde te gebruiken.’ (1) Uit het commentaar van Blavatsky en de tekst zoals Henk die voor de hand-out van het boek Job gemaakt heeft, kom ik tot de conclusie dat er feitelijk staat dat Job zich moet realiseren dat hij, ondanks zijn deugdzaamheid, geen ingewijde is. Die kennis heeft hij niet. Hij moet dus nederig zijn. Job realiseert zich dat God gelijk heeft: hij is niets, hij weet niets, hij is arrogant geweest en nu biedt hij nederig zijn excuses aan. Daarmee is het verhaal af. God vergeeft Job. Hij krijgt weer een gezonde familie (drie dochters), ziet zijn kleinkinderen en diens kinderen opgroeien en ‘Job stierf oud en van het leven verzadigd’ (42.17).

Henk maakt ons nieuwsgierig door aan te kondigen dat Blavatsky in haar werk aan geeft dat er vier inwijdingen zijn. Hij verwijst hiervoor naar zijn komende boek. Het boek Job gaat over de eerste van die vier inwijdingen. De nederigheid die Job vindt, is de sleutel tot de eerste inwijding: het besef als persoonlijkheid klein te zijn ten opzichte van het Al. Hij beseft de beperktheid van zijn eigen kunnen en kennis.

Verder herinnert hij ons eraan dat elke inwijding die op een ceremonie gebaseerd is, slechts een oefeninwijding is. Een echte inwijding gaat niet over het aantrekken van mooie kleren, het schrijven van een werkstuk en het volgen van een ceremonie waarna je je vrijmetselaar van de zoveelste graad mag noemen. Een echte inwijding gaat over het opbouwen van je ‘buddhi’, in Henk’s woorden. Hierbij kan eventueel iets van een viering plaats vinden, maar dan een puur natuurlijke, spirituele viering. Het opbouwen van je buddhi is niet af te meten van buitenaf. Bij een echte inwijding verlies je alles. Je wordt terug geworpen op jezelf.

Het is belangrijk te bedenken dat het woord ‘God’ in deze tekst niet staat voor het Ain Soph of Parabrahman, het onnoembare, maar voor aspecten van de werkelijkheid om het verhaal duidelijk te krijgen. De God in het begin van het verhaal, die blijkbaar niet weet hoe trots Job is, is duidelijk een andere dan de God op het eind die Job confronteert met zichzelf.

Al met al was het weer een boeiende dag. We kregen informatie over de historische, tekstuele en filosofische achtergronden van het boek. Daarnaast was er genoeg informatie over hoe je het boek Job kunt interpreteren op een manier die in je eigen leven toepasbaar is.

Voetnoten

(1) Collected Writings deel 14, p. 26


Uit het nieuws

Katinka Hesselink

Nederland heeft afscheid genomen van koningin Juliana. Omdat ik van na de watersnoodramp in 1953 ben en dus al helemaal de oorlog niet heb mee gemaakt, is het enige dat op mij indruk heeft gemaakt de drukte rond de affaire 'Greet Hofmans'. Uit deze affaire, en de weg die haar dochter Irene later volgde, konden we al vermoeden dat haar religieuze insteek weinig traditioneel was. De preek van ds. Welmet Hudig-Semeijns de Vries was wat dit betreft een bevestiging. Zij zei:

Prinses Juliana was een gelovige vrouw met een heel eigen spirituele overtuiging. Deze werd niet bepaald door kerkelijke dogma's of wetten. Vrijheid van godsdienst, verdraagzaamheid waren voor haar vanzelfsprekend. Van haar moeder kreeg ze een stevige christelijke opvoeding en haar vader bracht haar in contact met oosterse, mystieke wijsheid. Ze had een open geest en sprak met groot enthousiasme over haar ontmoeting met de joodse wijsgeer Martin Buber én zij was geïnteresseerd in het Islamitisch Soefisme.
Door haar dochters kwam zij in aanraking met moderne spirituele stromingen en ontwikkelde zij zich verder. Zij was ook trouw kerkgangster, maar zij ging het liefst naar verschillende kerkgenootschappen. De bijbelspreuk “onderzoekt alles en behoudt het goede” past uitstekend bij haar. Zij bleef niet zitten in één heilig huisje, maar ging graag op ontdekkingstocht. Zij was ervan overtuigd dat vele wegen leiden naar die ene God. Of, zoals Jezus sprak: “het huis van mijn Vader heeft vele woningen”. Toen zij bij het oecumenisch huwelijk van haar kleinzoon ter communie ging was dit niet een gril van een excentrieke oude dame. Communie betekent letterlijk gemeenschap. En gemeenschap tussen mensen van verschillende kerkgenootschappen was haar liefste wens.
De kernpunten van haar geloof waren sociaal, praktisch bezig zijn, en vertrouwen in God. Of, zoals zij zei: “het moet hier op de afscheidsdienst over vrede gaan. Vrede tussen mensen, rassen en volken. En dat mensen niet bang moeten zijn voor de dood.”

Twee guru's

Idries Shah, Human Nature, april 1978

De ene guru tegen de ander, “Zeg altijd dingen die niet gecontroleerd kunnen worden.” “Waarom?”, vraagt de tweede. “Nou,” zegt de eerste, “Als je zegt ‘Op mars wonen millioenen onzichtbare wezens, en ik heb ze ontmoet,’ zullen de mensen je niet tegen spreken. Maar als je zegt, ‘Het is mooi weer vandaag,’ is er altijd een domoor die zegt, ‘maar niet zo mooi als gisteren’. En als je een papier ophangt met NATTE VERF, wie gelooft je dan? Dat kan je zien aan het aantal vinger afdrukken die de twijfelaars achter laten.”


Het archief van Hermes7