Hermes7

augustus 2004, #7

Inhoud

Van de redactie
Nieuw op Katinka Hesselink Net (in het Nederlands)
Korte citaten
Uit de geschiedenis van het Christendom: de Jezuïeten
Vraag en antwoord over Devachan
Een oproep, door Sandra en Geoffrey Hodson
Een moment in de tijd


Van de redactie

Met het wegvallen van de serie over Sunnyata, dacht ik dat Hermes7 deze maand vrij leeg zou zijn. Van verschillende kanten kwam er echter materiaal dat dit nummer weer behoorlijk vult.

Nieuw op Katinka Hesselink Net (in het Nederlands)

De Skandha’s – een kwestie van leven en dood, Cecil Messer

Online

Het parlement van wereldreligies hield van 7 juli tot 13 juli jongstleden een conferentie in Barcelona.

Korte citaten

Jiddu Krishnamurti, Ervaring en Gedrag, Altamira, 1991

De verwezenlijking van de bestemming van de mens is de totaliteit te zijn, hetgeen het besef van het geheel is. Het is geen kwestie van zich te verliezen in het absolute, maar van het geheel te worden door groei, door voortdurend conflict, door aanpassing.

Hazrat Inayat Khan – Vadan - Boulas

De ogen zijn twee ramen waardoor de ziel naar buiten kijkt.

Gezegden over karma, W.Q. Judge

(7) Voor alle andere mensen is karma in haar essentiele grond, onbekend en onkenbaar.

(8) Maar haar handeling kan worden gekend door berekening van oorzaak en gevolg; en deze berekening is mogelijk omdat het effect ingepakt zit in de oorzaak en er niet op volgt. Path, march, 1893

The Theosophist, Volume I, august, 1880, p. 287

Als je op een gegeven moment merkt dat je jezelf probeert te overtuigen van je bijzondere nederigheid, wees er dan zeker van dat je ver van nederigheid bent.


Uit de geschiedenis van het Christendom: de Jezuïeten

p. 184-86, Wegen en dwarswegen, tweeduizend jaar christendom in hoofdlijnen

Boom, Amsterdam, 1999

De orde der Jezuïeten is een beroemde en beruchte orde binnen de Katholieke kerk. Blavatsky was bijzonder negatief over deze orde. Hier volgt wat onafhankelijke informatie die doet begrijpen waarom dat zo was.

De orde van de Jezuïeten [officieel erkend in 1540], gesticht door Ignatius van Loyola, werd een belangrijk instrument in de Katholieke Hervorming en in de strijd tegen de Reformatie, (#) (de protestantse kerken die aan het ontstaan waren). In zijn geschrift 'Geestelijke oefeningen', eigenlijk een werkboek voor een vier weken durende retraite, gaf Ignatius ook richtlijnen voor 'de waarachtige gezindheid die wij in de strijdende kerk moeten hebben'. (#) Hier volgen enkele van die richtlijnen:

Eerste richtlijn. Wij moeten door elk eigen oordeel af te leggen onze geest voorbereiden en bereidwillig maken om in alles aan de ware bruid van Christus te gehoorzamen die onze heilige moeder, de hiërarchische kerk, is. (#)
Kortom - denk vooral niet zelf over dingen na. Een opvallende richtlijn voor een orde die onder andere uitblonk in onderwijs aan intelligente jonge mannen om hen voor te bereiden op het priesterschap. James Joyce heeft bijvoorbeeld op een Jezuïeten-school gezeten.
Negende richtlijn. Wij moeten alle geboden van de kerk prijzen en steeds bereid zijn redenen te zoeken om ze te verdedigen en niet om ze aan te vallen.
Dertiende richtlijn. Om van alles zeker te zijn, moeten wij er steeds aan vasthouden te geloven dat het wit dat ik zie zwart is als de hiërarchische kerk dit bepaalt, in de overtuiging dat tussen Christus onze Heer, de bruidegom, en de kerk, zijn bruid, dezelfde Geest heerst die ons bestuurt en tot zielenheil leidt. Want door dezelfde Geest en onze Heer die de Tien Geboden gaf, wordt ook onze heilige moeder de kerk geleid en bestuurd. (#)

Hier is het opvallend dat de tien geboden ondergeschikt gemaakt worden aan het belang van de kerk. Er staat tenslotte geschreven Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste. (*) Als ik iets als wit zie, ben ik niet eerlijk als ik daarbij beweer dat het zwart is, ook al zegt de kerk dat het zwart is. Eventueel zou ik kunnen zeggen: de kerk zegt dat dat zwart is, maar liegen in naam van de kerk blijft toch gewoon liegen.

Blavatsky stond voor het onafhankelijk zoeken naar waarheid en voor een spiritueel leven in dienst van de mensheid. Voor beide zaken is het belangrijk dat mensen eerlijk zijn. Als eerlijkheid bewust ondermijnd wordt, worden daarmee noodzakelijke veranderingen tegen gewerkt. Ook kunnen mensen dan niet samen naar de waarheid zoeken omdat het niet duidelijk is of de ander wel te vertrouwen is.

(#) p. 184-86, Wegen en dwarswegen, tweeduizend jaar christendom in hoofdlijnen, Boom, Amsterdam, 1999

(*) Het negende van de tien geboden. Bron: de Bijbel, Exodus 20:1-17, Het Nederlands Bijbelgenootschap, Amsterdam, 1975.


Vraag en antwoord over devachan

redactie

Hallo,

Sinds een achttal maanden verdiep ik mij met 'grote honger' in de theosofie. Hoe meer ik lees, hoe meer ik weet dat ik antwoorden vind die ik al lang zocht. Toch zit ik nog met een dilemma voor wat betreft reïncarnatie.

In zijn boek "Oceaan van de Theosofie" haalt William Quan Judge op pag. 82 aan dat het volkomen normaal is dat wij na ons aardse leven geen contact meer kunnen hebben met onze geliefden op aarde (O.K., dat begrijp ik) en dat we hen ook niet meer zullen ontmoeten in de hemel (devachan) omdat dit of onze ofwel hun verdere ontwikkeling tegen zou houden.
Het bezwaar tegen reïncarnatie dat wij onze geliefden niet in de hemel zullen zien, zoals wordt beloofd in de dogmatische godsdienst, gaat uit van een volkomen stilstand van de evolutie en ontwikkeling van degenen die de aarde eerder verlaten dan wij, en daarbij wordt tevens aangenomen dat herkenning afhankelijk is van de lichamelijke verschijning. Maar zoals wij ons ontwikkelen in dit leven, moeten we dat ook doen als we het verlaten, en het zou onrechtvaardig zijn anderen te dwingen op onze komst te wachten om hen te kunnen herkennen. En als men nadenkt over de logische gevolgen van de gang naar de hemel, waar alle boeien worden afgeworpen, zal het duidelijk zijn dat zij, die daar bijvoorbeeld twintig sterfelijke jaren voor ons zijn aangekomen, op mentaal en geestelijk gebied een vooruitgang hebben geboekt, gelijk aan die van vele honderden jaren hier onder verschillende en heel gunstige omstandigheden. Hoe zouden we dan, als we later aankomen en nog onvolmaakt zijn, degenen kunnen herkennen die zich onder zulke gunstige omstandigheden in de hemel aan het vervolmaken waren? (*)
Dat begrijp ik echter niet want G. de Purucker schrijft in zijn "Fountain of Occultism" blz. 591-592 dat de menselijke ego in devachan kan benaderd worden door datgene dat van zijn eigen verheven geestelijke aard is.
Een van de grootste illusies waarin de meerderheid van de mensen nu leeft, is de gedachte dat wanneer degenen die we liefhebben sterven, we het contact met hem hebben verloren. En zelfs velen van hen die geloven dat zij hun geliefden eenmaal weer zullen ontmoeten in een toekomstig leven op aarde, gaan gebukt onder diezelfde illusie. Met de meeste nadruk zij gezegd, dat het niet waar is dat de geest ooit kan terugkeren na de dood om op enigerlei wijze gemeenschap te hebben met de levenden. Behalve dat het werkelijk wreed is, zowel voor de overledene als voor hen die zijn achtergebleven, en de buitengewoon materialistische atmosfeer van deze gedachte, moet het duidelijk- zijn dat een ontlichaamde geest nooit en onder geen voorwaarde naar de aarde kan 'afdalen'. Want na de dood en na de verschillende processen van het afwerpen van de pranische omhulsels in het kâma-loka, begeeft de menselijke ego zich in zijn devachanische rust, waarna deze niet door iets kan worden benaderd, behalve door wat van zijn eigen verheven, geestelijke aard is. En hierin ligt de reden dat wij nooit moeten denken dat we ooit alle geestelijke gemeenschap verliezen met hen die wij liefhadden; want de vibraties van de hogere delen van ons wezen kunnen op ieder ogenblik in sympathie meetrillen met de vibraties van de devachani, en er zo tijdelijk een mee worden.
     . . . als er inderdaad sprake is van een waarlijk geestelijke liefde, behoeven wij ons nooit in te spannen om in gemeenschap te treden met degene die is heengegaan, want een dergelijke onpersoonlijke liefde zal volkomen automatisch opstijgen naar de devachani, en zal de mens op aarde de innerlijke overtuiging geven dat de band niet is verbroken. De devachani wordt beschermd door de wetten van de natuur zelf. Niets van de aarde kan hem bereiken. . . Alleen geestelijke liefde is in staat zich innerlijk te verenigen met hen die ons zijn voorgegaan; de liefde die ook maar iets persoonlijks of zelfzuchtigs bevat, kan nooit de devachanische toestand bereiken. Het is echter mijn ernstige overtuiging dat het oneindig veel beter is nooit zelfs maar te proberen in gemeenschap te treden met de devachani, omdat er maar heel weinigen onder ons zijn, wier liefde zo zuiver en heilig van aard is, dat ze geschikt of zelfs maar in staat is tot dat hoge gebied van onpersoonlijkheid op te stijgen. (*)
> Gezien de toch vrij lange tijd (vanuit menselijk oogpunt gezien) dat wij in devachan vertoeven moet het dus toch mogelijk zijn om zijn aardse dierbaren te 'ontmoeten' zodra deze ook in devachan zijn?

Grofweg begrijp ik de situatie als volgt:

Wij kunnen onze dierbaren niet ontmoeten, want zij zijn in verhevener sferen dan waar wij zijn. We kunnen echter wel (zoals de Purucker en ook de Mahatma brieven zeggen) als het ware opstijgen naar hen. Zij kunnen niet 'naar beneden komen', want ze zijn van hun lagere principes gescheiden.

Ik lees in je vraag een neiging om de devachanee 'zielig' of zo te vinden dat hij zijn dierbaren moet missen in devachan. Aangezien de hele toestand die in devachan ervaren wordt een droomtoestand is, gecreeerd vanuit de hogere idealen van de devachanee, lijkt me dit niet terecht. De devachanee zal dromen van zijn geliefden en volmaakt gelukkig zijn. Dat is ongeveer de definitie van devachan, zoals ik het begrijp. De zorgen over het 'ontmoeten' van mensen in devachan zijn meestal beschreven vanuit de wens van de achterblijvers om contact te houden met de overledenen: dat kan alleen als wij opstijgen (iets wat overigens zeldzaam, maar mogelijk schijnt te zijn in dit leven). Maar de devachanee zal zich nooit gescheiden voelen van hen van wie hij houdt. De liefde zelf zal daarvoor zorgen.

Wat Judge volgens mij bedoelt is dat de 'droom'-werelden van verschillende monades in devachan elkaar alleen raken als er een spirituele afstemming is. Aangezien iemand die kort in devachan is nog meer aardse beslommeringen mee draagt dan iemand die er langer is, is die spirituele afstemming afwezig, in de meeste gevallen. Overigens geeft het citaat van Judge aan dat hoewel devachan een droomwereld is vergeleken met de onze, er toch ook een werkelijke geestelijke ontwikkeling plaats vindt. We hebben de neiging om een 'droomwereld' als minder echt te zien als de wereld hier op aarde. Onze westerse maatschappij benadrukt altijd het objectieve. In dit geval zit die negatieve connotatie er echter niet bij. Droomwereld betekent naar mijn idee vooral dat de devachanee in zijn eigen bewustzijn 'opgesloten' zit. Hier op aarde zitten we dat in de praktijk ook, natuurlijk. Zonder een objectieve wereld als referentiekader is wat over blijft een soort 'droom'.

(*) De delen in cursief zijn benadrukt door de vraagsteller.


Een Oproep

door Sandra en Geoffrey Hodson

Theosofia, Januari 1973, pag. 11; (vertaald uit "The Theosophist" aug. 1972)

Door het verwaarlozen van het beginsel van mededogen, vooral waar het dieren en kinderen betreft, brengen wij mensen voortdurend tegenspoed voort en ontwikkelen in onszelf, als deel van ons karakter, het element van hardvochtigheid en wreedheid.
Zoals mist op het fysieke gebied, raakt wreedheid steeds meer verspreid in de ijlere gebieden van gedachte en gevoel, en vormt plekken in de aura's van mensen; zoals van diegenen, die genieten van stieregevechten en rodeo's, bijvoorbeeld, en bij die mensen die zich willen tooien met produkten van de bonthandel.

Uit naam van alle mensen, die lijden onder wreedheid, hen door hun medemensen aangedaan, en alle gevoelhebbende bijna-menselijke wezens die geregeld onderworpen zijn aan wreedheid door mensen veroorzaakt, laat ons als werkers voor menselijk en dierlijk welzijn, een beroep doen op al onze medemensen in deze tijd om samen te werken tot een onmiddellijke vermindering en uiteindelijke stopzetting van alle kwellingen door wreedheid, en te bidden dat goddelijke Liefde en Mededogen de harten moge vullen van alle volkeren op onze Aarde en dat de hele mensheid steeds meer zal worden verlicht door het Innerlijk Licht.

Kan er op het mentale gebied van de Planeet een zonvormig centrum van hoog geconcentreerde mededogen-liefde gedachten worden gevestigd, welke voortdurend deze hoedanigheden uitstraalt, zoals de stoffelijke Zon energie uitstraalt?
Het is niet nodig, aan een zon te denken, daar de wereldgedachtestromen over dit onderwerp zullen samenvloeien in één centrale gedachtevorm over en in één centrale gedachtevorm, die door de engelen in stand gehouden kan worden. Een geschikte en doelmatige vorm van dagelijkse meditatie zou zijn:
O verborgen leven, trillend in elk atoom,
O verborgen licht, stralend in ieder wezen,
O verborgen liefde, alles omvattende in Eén Zijn,
Mag ieder, die één zich voelt met U,
Zich daarom één ook weten met elk ander. (*)
We raden voor dagelijks gebruik ook aan de volgende Invocatie:
"Ik (of wij) roep aan de geestelijke zegen en genezende genade van de Adepten van deze Planeet en van de Orden van Engelenscharen over de hele mensheid, opdat mensenharten gevuld mogen worden met universele broederlijke liefde en opdat wereldvrede zal worden bereikt; dat de genezende genade moge nederdalen op (namen kunnen worden genoemd), dat alle wreedheid en neigingen tot wreedheid mogen worden verbannen uit 't lichamelijk leven, de harten en de gedachten van de hele mensheid en mogen worden vervangen door mededogen tegenover alle mensen en dieren die tot nu toe hebben geleden door menselijke handelingen.
En opdat de hele mensheid steeds meer verlicht moge worden door het Innerlijk Licht."
(*) Mantra ontworpen door Annie Besant. Meer over deze mantra in een commentaar van Joy Mills.

Ingezonden brieven

Jammer dat er theosofen zijn, terwijl ze veel beter zou moeten weten, die tot de groep behoren die Farthing een purist noemen. Een purist die ‘te ver’ ging. Er zijn er zelfs die hem in een arrogante kwast noemden. Wat een verkeerde voorstelling van zaken.

Geoffrey Farthing ging niet ver genoeg; desondanks hij was een van de weinige lichtpuntjes in de Adyar groep.

Je moet binnen deze kring wel moed hebben om te durven zeggen dat Besant het gewoon bij het verkeerde eind had en dat Leadbeater in die context helemaal de plank missloeg. Farthing kon al zijn stellingen deskundig onderbouwen; hij deed dat als een gentleman, altijd respectvol en prima geformuleerd.

Maar ja, dan ben je een purist en je trapt op zere tenen, je weet veel, misschien ‘te’ veel en dat wordt klaarblijkelijk niet in dank afgenomen bij de Adyar theosofen. Zeker niet wanneer je de iconen zoals hierboven genoemd, behoorlijk de pan uitveegt.

Het is als een paradox dat binnen de groep die het hardst roept dat vrijheid van denken, een niet aflatende tolerantie en een onpartijdige opstelling zo ongeveer de heiligste theosofische huisjes zijn, elke vorm van kritisch kijken naar het werk van Besant en Leadbeater nog altijd als hoogverraad wordt beschouwd en pijnlijk intolerant tegemoet wordt getreden . Puristen zijn immers dwaze  ‘Blavatskyan theologians’. (lees bijvoorbeeld het artikel van Vrij Katholiek priester Pedro Oliveira ‘ A Blavatskyan Theology?’ in  The Theosophist Vol. 124 No. 7)

Er zijn grote fouten gemaakt, Farthing kon dat klinkklaar bewijzen en wist als geen ander de weg te wijzen, zonder daarbij, ook maar voor één moment, de theosofische waarden uit het oog te verliezen!

Wat goed dat er een Geoffrey Farthing was en wat bewonderenswaardig dat hij weigerde de Adyar groep te verlaten. Hij vond dat niet gewenst en ging door om ‘binnen’ de cirkel signalen uit te zenden en daar ben ik hem dankbaar voor.

Voor de zo nodige grote schoonmaak hebben we meer puristen nodig, jammer dat Geoffrey er, voorlopig althans, niets meer aan kan doen!

Jan Kind

Beste Jan,

Als geen ander ben ik overtuigd van de waarde van Blavatsky's werk. Tegen het 'ontmaskeren' van Besant en Leadbeater heb ik ook geen probleem, als dit althans op een feitelijke wijze gebeurt. Er zijn een aantal plekken online waar dat op een keurige manier gebeurt, zie: Blavatsky Archives (Engelstalig). Geoffrey Farthing ging echter een stap verder. Niet alleen wilde hij Blavatsky rehabiliteren, wat in die tijd hard nodig was, hij wilde ook haar literatuur centraal maken in het werk van de Theosofische Vereniging (TS Adyar dus). Hij zei letterlijk:
De Vereniging heeft haar eigen speciale boodschap om te verspreiden. Deze boodschap bestaat alleen in de geschriften van H.P.B. [H.P. Blavatsky] en in de Mahatma Brieven. Deze boodschap is in haar volledigheid (voor zover aan de wereld gegeven) uniek. (Theosophy World 1997, over genomen uit The High Country Theosophist, May, 1997)

Nu kan het aan mij liggen, maar ik geloof niet dat ik ergens in de doeleinden van de Theosofische Vereniging (TV) heb zien staan dat het doel van deze organisatie het verspreiden van een boodschap is. Ook uit de Mahatma Brieven haal ik niet dat de Mahatmas dit als een prioriteit zien. Broederschap zonder onderscheid van ras, geloof, kaste, huidskleur etc. is wel al heel vroeg een doeleinde van de TV geworden. En een organisatie die zonder onderscheid van geloof wil opereren, kan niet met goed fatsoen zeggen: wij heten iedereen welkom, maar zij die in Blavatsky geloven weten het beste hoe het zit. Ieder individueel lid is vrij vervolgens te geloven dat Blavatsky de waarheid in pacht had. Ik heb zelf die neiging ook. Ik weet alleen ook dat die houding niemand naar de waarheid helpt. En waarom zouden we kennis van Krishnamurti niet centraal stellen? Of kennis van Boeddha en het Boeddhisme? Tja - Blavatsky zegt wel dat haar leer ten grondslag ligt aan alle andere leren, maar buiten de kleine kring van theosofen zijn weinigen het daarmee eens. Als reactie daarop kunnen wij des te harder vasthouden aan ons eigen gelijk. Dat is de standaard reactie. Zo is elke religieuze groep uiteindelijk in een meer of minder beperkte kring van sektariërs veranderd. We kunnen echter ook zeggen, en dat is naar mijn mening de enige manier: prima, geloof niet in Blavatsky, of Krishnamurti. Onderzoek zelf de waarheid en hou het denken open. Tenslotte is er een boel waardevolle informatie te vinden buiten Blavatsky's werk. Leef juist en wees tolerant.

De Theosofische Vereniging heeft onder andere als doel 'het aanmoedigen van de vergelijkende studie van godsdienst, wijsbegeerte en wetenschap'. De enige manier waarop dit vruchtbaar gebeuren kan is als niemand een ander zijn mening op dringt. Dan kunnen we namelijk van elkaar leren en de waardevolle kern uit de verschillende religies halen. Wat je ook op Leadbeater en Besant aan te merken kan hebben - in hun werk is een boel wat mensen geinspireerd heeft. Hun werk taboe te maken zou dus totaal de verkeerde boodschap uit zenden. Vanwege de vele fouten en overdrijvingen die in vooral Leadbeaters werk ook te vinden zijn (hoewel vaak Besant er als co-auteur bij staat heeft ze zich met het latere werk nauwelijks bemoeid), vind ik dat de TV zou moeten heroverwegen of al die boeken wel steeds opnieuw uitgegeven moeten worden. Aan de andere kant - in het Nederlands is alleen 'De Chakra's' van Leadbeater in druk en om die klassieker kan niemand heen.

Kortom: ik weet niet zo zeker of Blavatsky zelf wel gewild zou hebben dat we van de Theosofische Vereniging een 'Blavatsky-kerk' zouden maken. Olcott zou zelfs gegruwd hebben bij het idee - al zijn werk voor het Hindoeisme en Boeddhisme voorgoed in de zijlijn geduwd. Blavatsky zegt in haar Sleutel tot de Theosofie dat het doel van de TV is het zodanig onderzoeken en vergelijken van de godsdiensten dat hun gemeenschappelijke kern duidelijk wordt. Daartoe heeft zij zelf een aanzet gegeven. Jammer genoeg hebben weinigen haar nagevolgd. Nu kunnen we natuurlijk concluderen dat omdat zij ongeveer de enige is die het geprobeerd heeft, dat haar werk dus centraal moet staan. Niet onaardig, maar dan ga je er dus vanuit dat het werk al gedaan is. Het lijkt me echter aannemelijk, met alle extra informatie die in de afgelopen eeuw toegankelijk is geworden, dat het werk nog moet beginnen.

Blavatsky is een heel goed beginstation bij het zoeken van de waarheid, laten we er niet het eindstation van maken. En laten we zelfs niet denken dat ze het enige beginstation is.

Katinka Hesselink


Een moment in de tijd

The Exploits of the Incomparable Mulla Nasrudin, Idries Shah

Simon and Schuster, 1966. New York, p. 110

“Wat is het Lot?” vroeg een geleerde aan Nasruddin.

“Een eindeloze opeenvolging van onderling verweven gebeurtenissen die elkaar beinvloeden.”

“Dat is nauwelijks een bevredigend antwoord. Ik geloof in oorzaak en gevolg.”

“Prima,” zei de mulla, “Zie je dat?” Hij wees naar de processie die op straat langs kwam. “Die man wordt meegenomen om gehangen te worden. Is dat omdat iemand hem een zilverling gaf en hem daarmee de mogelijkheid gaf een mes te kopen waarmee hij een moord pleegde, of omdat iemand het hem zag doen, of omdat niemand hem tegen hield?”


Het archief van Hermes7