Deze maand zijn er twee prominten in de spirituele wereld overleden:
Geoffrey Farthing (overleden op 30 mei jongstleden) en
Pir Vilayat Inayat Khan (overleden 17 juni jongstleden). Geoffrey
Farthing wordt hieronder in een overlijdensbericht besproken.
Pir Vilayat Inayat Khan was van de school van zijn vader Hazrat
Inayat Khan: de Sufi
Order International (SIO). Hierbinnen volgde hij zijn vader op. Deze
organisatie probeert spiritualiteit op een universele manier te
benaderen. Dit is bijvoorbeeld te merken in de studies van Pir
Vilayat's zoon en huidige leider van SIO: Pir Zia Inayat Khan. Deze
heeft Tibetaans Boeddhisme onder de Dalai Lama en Chishtiyya-sufisme
gestudeerd.
Een persoonlijke noot: Sinds kort heb ik ietwat orde geschapen in de online fora waar ik lid van ben en aan mee doe, door gebruik te maken van een techniek die de gewone internetgebruker (dus niet alleen de experts) lijkt te gaan bereiken: RSS. Deze techniek maakt het mogelijk om op eenvoudige wijze op de hoogte te blijven van veranderingen op websites die je in de gaten wilt houden. Een aardig bij-effect is dat mijn lezers kunnen zien op welke fora ik actief ben: http://www.bloglines.com/public/kh7
(6)
Karma is niet onderworpen aan tijd. Dus hij die weet wat de
uiteindelijke
onderverdeling is van tijd in dit Universum, kent karma.Path, march,
1893
Dit is deel van een serie over de vraag 'wat is werkelijkheid',
bekeken vanuit het Boeddhisme. Vier leerstellingen zijn hierin
essentieel, hoewel de interpretaties van deze vier leerstellingen nogal
uiteenlopen:
In het Tibetaans Boeddhisme worden de vier visies die ik hier behandeld heb gezien als opeenvolgend. De visie die deze maand ter sprake komt, komt het dichtst bij de werkelijkheid zoals de Boeddha's deze ervaren; dit is het Madhyamika stelsel.
Haar filosofie komt op het volgende neer, hoewel dit uiteraard een vereenvoudiging is: Niets is uiteindelijk werkelijk. Maar alles bestaat relatief. Het is een relatieve werkelijkheid dat er tafels en stoelen in deze ruimte staan. Maar uiteindelijk zijn de tafels en de stoelen onwerkelijk, in de zin dat ze geen uiteindelijk bestaan hebben. Voor theosofen is het begrip het makkelijkst te benaderen vanuit het Hindu begrip Maya. Dat wil zeggen, het idee dat alles schijn is. Er zijn in het Boeddhisme meerdere manieren om dit uit te leggen. Voor mij is de meest eenvoudige de volgende: alles wat wij zien, alles wat we ervaren, alles waar we waarde aan hechten, alles wat we kunnen verzinnen is tijdelijk. Nauwkeuriger, en nu komen we dichter bij de Boeddhistische benadering: alles wat samengesteld is, is eindig. Alles wat ooit is samengesteld, in elkaar gezet, ontstaan uit meerdere ingredienten – zal ooit weer uit elkaar vallen. Dit besef is voor mij de basis van de vraag: wat is werkelijkheid, maar dan beantwoord vanuit de omgekeerde vraag: wat is schijn?
Alleen de geest die met volledige overgave naar een boom, naar de sterren of naar het glinsterende water van de rivier kijkt, weet wat schoonheid is. Wanneer wij werkelijk zien, bevinden wij ons in een toestand van liefde. In het algemeen kennen wij schoonheid doordat wij vergelijken of naar aanleiding van wat de mensen hieromtrent bepaald hebben. Dit houdt in dat wij schoonheid aan een object toekennen. Ik zie een gebouw dat ik mooi vind, en de schoonheid ervan apprecieer ik vanwege mijn kennis van architectuur en door het te vergelijken met andere gebouwen die ik gezien heb. Maar nu stel ik mijzelf de vraag: “bestaat er schoonheid zonder object?” Als u waarneemt als criticus, als denker, als degene die ervaart, dan is er geen schoonheid omdat schoonheid dan iets aan de buitenkant is, iets dat door de waarnemer bekeken en beoordeeld wordt. Als er echter geen waarnemer is - en dit vergt veel meditatie, veel onderzoek - dan bestaat er schoonheid zonder object.
Geoffrey A. Farthing is op zondag 30 mei jongstleden overleden. Geoffrey Farthing was een actief en trouw lid van de Theosofische Vereniging met een visie op theosofie en het werk van de Vereniging die in zijn tijd behoorlijk controversieel was. Hij was namelijk van mening dat het centrale werk van de Theosofische Vereniging was het bestuderen en verspreiden van het werk van H.P. Blavatsky en de meesters. Aangezien in zijn jeugd de Vereniging vooral bezig was met het werk van Leadbeater, Besant en anderen, was dit vrij nieuw en werd ouderwets genoemd. Desondanks heeft hij belangrijke posten binnen de TS bezet: voorzitter van de Engelse sectie, lid van de council, enzovoorts. Voor zijn boek "Deity, Cosmos and Man" werd hem de Subba Row-medaille uitgereikt.
Verder heeft hij de Blavatsky Trust opgericht - een organisatie gericht op wat hij belangrijk vond: het verspreiden van een kennis van theosofie, zoals gevonden in de geschriften van H.P. Blavatsky.
Hoewel de huidige schrijfster een groot respect heeft voor H.P. Blavatsky, vindt ze de puristische houding van Farthing toch te ver gaan. Hierover meer in het Juli nummer van Lucifer7Tot mijn verbazing kwam ik vandaag, dankzij een toevallig mailtje,
de volgende website tegen: http://www.amsterdamhermetica.nl/.
Dit is de website van de afdeling GHF van de UVA, de Universiteit van
Amsterdam. Het studiegebied van de GHF is de geschiedenis van de
hermetische filosofie en verwante gebieden. Het grote verschil met de
leerstoel in Leiden en de soortgelijke leerstoel in Wales waar ik
eerder over berichtte (zie Hermes7,
#1) is dat hier meerdere onderzoekers samen een evenwichting
programma in elkaar zetten.
Een man ging een winkel binnen en vroeg de winkelier, “Heeft u ook leer?”
“Ja,” zei de winkelier.
“Nagels?”
“Ja.”
“Garen?”
“Ja.”
“Naalden?”
“Ja.”
“Waarom maak je jezelf dan geen paar laarzen?”