Hermes7

Mei 2004, #4

Inhoud

Van de redactie
Nieuw op Katinka Hesselink Net (in het Nederlands)
Korte citaten
Leraar, wat moet ik doen om tot wijsheid te komen?, H.P. Blavatsky
Wat is werkelijkheid, Katinka Hesselink
De zeldzame geur van vrijheid, Jiddu Krishnamurti
Een chronologische ramp, H.J. Dubbink
Ingekomen brieven
Daniel Webster


Van de redactie

Op 8 mei vieren theosofen over de hele wereld Witte Lotusdag. Op deze dag gedenken we de sterfdag van H.P. Blavatsky de grote inspiratiebron van de Theosofische Beweging. Deze nieuwsbrief poogt haar werk voort te zetten. Voor de eerste keer, in deze aflevering, een reactie van een lezer met bijbehorend antwoord. De Islam houdt ons allen bezig en blijkbaar was dat genoeg aanleiding voor een van de lezers in de pen te doen klimmen. 

Veel leesplezier gewenst.  


Nieuw op Katinka Hesselink Net (in het Nederlands)

Senzar: het raadsel van de mysterietaal , John Algeo

Korte citaten

Gezegden over karma, W.Q. Judge

(3) Karma is een neiging in het universum om evenwicht te herstellen. Ze wijkt nooit af, maakt nooit fouten en opereert voortdurend.

(4) Het schijnbare oponthoud bij deze terugkeer tot evenwicht komt door de noodzakelijke aanpassing aan verstoring op een ander punt, plek of brandpunt dat alleen voor de Yogi, de Wijze of de perfecte ziener zichtbaar is. Er is dus geen oponthoud, alleen een uit het zicht verdwijnen. Path, march, 1893 


Leraar, wat moet ik doen om tot wijsheid te komen?

Stem van de Stilte (tweede fragment), H.P. Blavatsky

De leerling zegt:

Leraar, wat moet ik doen om tot wijsheid te komen?

Wijze, wat om volmaaktheid te verwerven?

Zoek naar de paden. Maar, lanoe [leerling], wees rein van hart voordat u aan uw reis begint. Leer, voordat u uw eerste stap zet, het werkelijke van het bedrieglijke te onderscheiden, het tijdelijke van het eeuwigdurende. Leer vooral verschil te zien tussen verstandelijke kennis en zielenwijsheid, tussen de ‘leer van het oog’ en die van het ‘hart’.

Ja, onwetendheid is als een gesloten vat zonder frisse lucht; de ziel een vogel die daarin gevangen zit. Hij zingt niet en kan zich niet verroeren. De zanger zit doodstil en verstijfd en sterft van uitputting.

Maar zelfs onwetendheid is beter dan verstandelijke kennis als er geen zielenwijsheid is om haar te verlichten en te leiden.


Wat is werkelijkheid?

Katinka Hesselink

Drie maand geleden zijn we begonnen met vier leerstellingen uit het Boeddhisme. Deze zijn essentieel voor de Boeddhistische filosofie, hoewel de interpretaties van deze vier leerstellingen nogal uiteenlopen: 

  1. Wat voortgebracht wordt is vergankelijk
  2. all onzuivere fenomenen brengen lijden
  3. alle verschijnselen zijn zelfloos
  4. nirvana is vrede.
Er zijn verschillende stelsels die in het Tibetaans Boeddhisme terug komen en het begrip Sunnyata (= leegte) uitleggen. In deze aflevering behandelen we de visie van het Sauntrantika stelsel. In dit stelsel gaat men er vanuit dat wat we waarnemen echt is en dat wat voortkomt uit ons denken is schijn is. Hierbij worden twee soorten bewustzijn  bekeken: gedachtenvormend bewustzijn en direct waarnemende geest. Deze twee soorten bewustzijn kijken allebei naar de wereld om ons heen. Bij gedachtenvormend bewustzijn trekken we allerlei conclusies over die wereld, waardoor we de zaken niet zien zoals ze zijn. De direct waarnemende geest daarentegen ziet alles zoals het is. Je zou kunnen zeggen dat Krishnamurti het had over het direct waarnemende bewustzijn.

Het volgende citaat legt uit waarom het niet genoeg is als je de waarheid zoekt, om je gedachtenvormend bewustzijn stop te zetten:
“Volgelingen van de Gelugpa leggen er de nadruk op, dat wijsheid zeker geen kwestie is van onwetendheid en misleiding achterlaten om zo in een of andere vreemde toestand zonder begripsmatig denken te geraken. Als verlichting niet meer is dan het stopzetten van je gedachtenstroom, zou een flinke klap op je hoofd met een hamer voldoende zijn om een diepgaande vorm van wijsheid op te leveren.”
p. 9 Schijn en Werkelijkheid

Voornamelijk gebaseerd op: Schijn en werkelijkheid, de twee waarheden in de vier boeddhistische leerstelsels, door Guy Newland en uitgegeven bij Kunchab Publicaties, 1999


De zeldzame geur van vrijheid

Jiddu Krishnamurti, Toespraken met gedachtenwisseling, Saanen 1964, p. 9, 10

De buitengewone geestestoestand waardoor de waarheid onthuld wordt, het onmetelijke van de werkelijkheid, kan u niet door een ander worden gegeven. Er is geen gezag en geen gids; u moet die zelf ontdekken om zo enige orde te brengen in de chaos die wij leven noemen. Het is een reis die volkomen alleen gedaan moet worden, zonder metgezellen, zonder uw vrouw of uw man, zonder uw boeken. U kunt deze reis slechts aanvangen indien u diep overtuigd bent van de waarheid dat u volslagen alleen moet gaan - en dan bent u alleen; niet door verbitterdheid of cynisme, niet uit wanhoop, doch door te zien dat alleenheid een absoluut noodzakelijke voorwaarde is. Dit feit en het diep gewaarzijn ervan, zal u de vrijheid schenken om alleen te gaan. Het boek, de verlosser, de leraar - u bent het zelf. U moet dus uzelf doorvorsen, u moet leren omtrent uzelf - wat beslist niet betekent dat u kennis over uzelf moet vergaren en aan de hand daarvan de gang van uw eigen denken moet beschouwen. Ziet u dat in?

Teneinde omtrent uzelf te leren, uzelf te kennen, moet u uzelf met frisheid, in volkomen vrijheid beschouwen. U kunt niets omtrent uzelf leren indien u louter kennis toepast, d.w.z. uzelf beziet in termen van wat een leraar u geleerd heeft, van wat de boeken zeggen of van uw eigen ervaring. Het 'u' is een wonderlijke entiteit, een ingewikkeld vitaal iets, ontzaglijk levend, voortdurend veranderend, en het ondergaat allerlei soorten ervaringen. Het is een draaikolk van enorme energie en niemand kan ons daarover iets leren - niemand! Dit is het eerste feit waarvan u zich rekenschap moet geven. Hebt u zich dit eenmaal gerealiseerd, er in zijn volle omvang de waarheid van ingezien, dan bent u reeds verlost van een zware last; u hebt opgehouden van iemand anders te verwachten dat hij u vertelt wat te doen. Dan is er reeds het begin van deze zeldzame geur van vrijheid.


Een Chronologische Ramp

J.H.D. (Henk Dubbink), Theosofia, November 1976, p.217

Het is een bekend feit, dat vele meest oppervlakkige bestudeerders van "De Geheime Leer" en andere werken van H.P. Blavatsky, daarin een soort bijbel zien. Zij menen dat uit een werk geschreven onder directe inspiratie van Mahatma's afdoende data kunnen worden gehaald, die een definitief antwoord op vrijwel alle vragen geven. Niets is minder waar; dit heeft de schrijfster zelf vele malen gezegd. Onze menselijke drang om toch vooral zekerheid te hebben, heeft velen al op een dwaalspoor gezet. Het blijft bijv. een raadsel, waarom twee werken van zo een uitnemend kenner van H.P.B. zo met elkaar in tegenspraak zijn. Ik doel hier op "The Peopling of the Earth" (a commentary on archaic records in the Secret Doctrine) door G. Barborka, TPH, 1975, en het bij ons uitgegeven "Goddelijk Plan", dat uit 1961 dateert blijkens de Indiase uitgave.

In eerstgenoemd werk haalt Barborka een artikel uit 1958 (!!) aan, en wel een fragment van de hand van H.P.B. uitgegeven (voor zover ik weet voor de eerste keer) in het maartnummer 1958 van "The Theosophist". Dit artikel noemde hij niet in zijn "Divine Plan". Wat is nu de ramp? Zolang wij onze baseerden op de "Geheime Leer", zoals Barborka in zijn vroegere werk deed, kwam er een tamelijk helder beeld voor de dag. Indien men echter nader op deze zaken ingaat, dan blijkt alras dat deze zekerheid schijn is: H.P.B. zegt, dat zij zekere, fundamentele ge­gevens moet verzwijgen. Dit is op zich zelf reeds een ongeluk voor hem die zekerheden zoekt. Een ramp-toestand blijkt te heersen, wanneer wij gaan zien, dat er vier stel gegevens beschikbaar blijken te zijn, die elkaar tegenspreken en zelfs uitsluiten!

De gegevens in de "Geheime Leer" zijn deels gebaseerd op de hindoeïstische leer van de "yuga's" - perioden van zeer grote lengten, die zich verhouden als de getallen 4:3:2:1. Daarnaast zijn er dan verschillende perioden van kortere duur, gebaseerd op astronomische gegevens, en ook nog enige schaarse feiten plus datering daarvan. Maar hoe men ook rekent, er komt geen aanvaardbare eenheid tot stand.

Voor de verkorting van het jaar wegens afname van snelheid van de aarde komt wel één inlichting uit de pen van H.P.B., nl. in de "Letters of H.P. Blavatsky to A.P. Sinnett", blz. 194. Deze is echter niet in te passen in het voorafgaande. Erger wordt het nog, wanneer men gaat bedenken dat elders (Mah. Letters blz. 84) gesteld word dat begin en eind symmetrisch aan elkaar gelijk zijn, dat dus de eerste periode gelijk moet zijn aan de laatste, en dat de verhouding van 4:3:2:1 niet het laatste woord kan zijn. Inderdaad vindt men elders, en wel in de Collected Writings, Vol. VI, blz. 117, dat men een serie kan opstellen 4:3:2:1:2:3:4. Deze reeks geldt zowel voor de Ronden 1) als de rassen. 2) Echter: nergens in de Geh. Leer vindt men deze reeks toegepast. Was de mededeling van H.P.B. in een brief aan Sinnett bedoeld als ontwerp voor het derde of vierde deel van haar "Geheime Leer" - delen, die zoals bekend, nooit zijn verschenen?

Een volkomen puinhoop is ons zicht op de "occulte chronologie", wanneer men bovengenoemd artikel, gepubliceerd in 1958 en voor een groot deel afgedrukt in het boek "The Peopling of the Earth" mede in aanmerking neemt. Hier wordt nl. een volkomen andere verhouding als de juiste vermeld. Niet die van 4:3:2:1:2:3:4, maar: 1:2:3:4:5:6:7. Dit is niet zo maar een soort losse flodder, maar H.P.B. geeft zelfs gedetail­leerde berekeningen over de duur van de ver­schillende rassen, die zij in die volgorde na elkaar laat verschijnen, volkomen in strijd met haar mededelingen in de "Geh. Leer", dat de rassen geruime tijd naast elkaar bestaan, elkaar "overlappen". Was ook dit een ontwerp voor een deel van de nooit gepubliceerde en ver­dwenen delen van de "Geheime Leer"?

Er rest voor een serieus bestudeerder slechts wenend vast te stellen, dat hij uit alle gegevens, die met elkaar in tegenspraak zijn, klaarblijkelijk geen gesloten en redelijk beeld mag vormen. Niettemin zijn wij benieuwd, of anderen ons enig licht in deze materie kunnen verschaffen, en wij zien hiernaar met grote belangstelling uit! 3) J.H.D.

1) Zie o.a. H.P.Blavatsky in De Geheime Leer, deel 1, pag. 188 e.v. (TUPA, Den Haag, 1988): ”Voor degenen, die de leer over de zevenvoudige ketens van werelden in de Zonne-Kosmos niet uit de theosofische geschriften kennen , of die er wel over hebben gelezen, maar deze niet goed hebben begrepen, geven wij nu een korte samenvatting ervan (in zes punten, PvdL). 1. Alles is zevenvoudig, zowel in het metafysische als in het stoffelijke Heelal. Daarom worden aan ieder hemellichaam, iedere planeet, zichtbaar of onzichtbaar, zes begeleidende bollen toegekend. (...) De evolutie van het leven vindt plaats op deze zeven bollen of lichamen, van de eerste tot de zevende, in zeven RONDEN of zeven cyclussen. (...) 3. Onze aarde moet, als de zichtbare vertegenwoordiger van haar onzichtbare hogere medebollen, haar ‘heren’ of ‘beginselen’ (...), evenals de andere bollen, zeven Ronden doormaken. Tijdens de eerste drie vormt en verdicht zij zich; tijdens de vierde wordt zij vaster en harder; tijdens de laatste drie keert zij geleidelijk terug tot haar oorspronkelijke etherische vorm: zij wordt om zo te zeggen vergeestelijkt. (...)

2) Mbt de rassen zie o.a. de zes punten van p. 188 e.v. (GL, dl. I): “5. Elke levenscyclus op bol D (onze aarde) bestaat uit zeven wortelrassen. (...). Verder o.m. de GL deel II, pag. 490 e.v., waar vier punten staan vermeld “over de indelingen van Wortelrassen en de evolutie van de mensheid”. “(...) 2. Elk Wortelras heeft zeven onderrassen. 3. Elk onderras heeft op zijn beurt zeven vertakkingen, die tak – of ‘familie’-rassen kunnen worden genoemd. 4. De kleine stammen, vertakkingen en uitlopers van de laatstgenoemde zijn talloos en afhankelijk van karmische werkingen. (...) de Rassen, onderrassen, enz., tot hun kleinste vertakkingen toe, vallen gedeeltelijk samen en lopen door elkaar heen, zodat het bijna onmogelijk is te scheiden.”

3) Zie (o.a.?) de reactie van G.J. Blekkink in Theosofia, jrg. 78, febr. p. 28, rubr. Varia en H.J. Spierenburg “Tijd en tijdperk in het werk van H.P. Blavatsky – een poging tot oplossing”, in THEOSOFIE, WETENSCHAP EN POLITIEK; feestbundel ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Stichting Proklos; red. J.H. Dubbink, D. van Egmond en W. D. Margadant, TVN, Amsterdam, 1982 Het betreft hier een speciaal dubbelnummer van Theosofia, jrg. 83, april / aug.


Ingekomen brieven

Hoi,

Ik heb altijd begrepen dat islam "overgave" betekende(?) Selam is vrede dacht ik.

Verder geen commentaar hoor, je weet de dingen mooi bij elkaar te krijgen.

Sander.

Dat heb ik ook altijd begrepen. Wat ik bedoelde was dat de Arabische woorden voor vrede en overgave (salam en islam) etymologisch verwant zijn. Arabisch is een semitische taal. Dit betekent dat (net als in het Hebreeuws) de klinkers niet opgeschreven worden. Wat dan over blijft, in dit geval, is SLM. Als je daar klinkers in zet kun je terecht komen op 'SaLaM' (vrede), in het Hebreeuws ShaLoM, maar ook op 'iSLaM', wat overgave betekent. Online vond ik o.a. de volgende bevestiging van mijn stelling:
http://www.kerkenvrede.nl/pagina_2.pdf  In dit artikel wordt zelfs gezegd dat het woord Islam vrede betekent. Deze stelling heb ik ook in het Duits en het Engels terug gevonden. Mijn broer Krijn Peter Hesselink schrijft het volgende:

Zoals je terecht aangeeft staan drie (of soms vier) medeklinkers (radicalen) aan de basis van de meeste Arabische woorden (leenwoorden werken niet altijd mee). Salaam en islaam gaan beiden terug op de radicalen sin, lam en mim.

Aan de hand van de manier waarop die medeklinkers tot woorden worden uitgebouwd is er sprake van tien verschillende mogelijke stammen. Zo is het werkwoord (derde persoon enkelvoud verleden tijd) bij stam I salima en bij stam IV aslama.

Wat zegt mijn woordenboek nu zoal?

Salima (stam I) betekent onder meer hij was veilig, hij was gevrijwaard van schade of gevaar, volledig, intact. In het geval van een feit kan het ook betekenen dat het zeker, onomstotelijk, ondubbelzinnig bewezen was.

Salaam is de infinitief (heel werkwoord) van stam I en betekent veilig zijn, gevrijwaard zijn van schade of gevaar, vrede.

Aslama (stam IV) betekent onder meer hij gaf zich over (aan de wil van God).

Islaam is de infinitief (heel werkwoord) van stam IV en betekent zich overgeven (aan de wil van God), overgave (aan de wil van God).

Muslim is het participium actief (tegenwoordig deelwoord) van stam IV en betekent een zich (aan de wil van God) overgevende, iemand die zich (aan de wil van God) overgeeft, een moslim.

Hieruit concludeerde ondergetekende dat ze dus niet etymologisch aan elkaar verbonden zijn. Dit blijkt te kort door de bocht:

Het betekent dat de twee woorden WEL etymologisch met elkaar verbonden zijn, maar slechts indirect, zoals pastoor en vader ook slechts indirect met elkaar verbonden zijn. Er zijn naar het schijnt ingewikkelde theoriën over de betekenisverschillen tussen de verschillende stammen, maar daar kan ik je helaas verder weinig over vertellen.

Katinka Hesselink

Daniel Webster

Idries Shah, Human Nature, April 1978

Een verhaal over de politicus Daniel Webster. Hij werd vervolgd door een slager voor een betalingsachterstand, en toen kwam hij de slager op straat tegen. Webster vroeg de slager direct waarom hij niet langs was gekomen voor de gebruikelijke bestellingen. De slager zei dat hij had aangenomen dat Webster, onder deze omstandigheden, niets met hem te maken zou willen hebben. Maar Webster liet zijn heldere houding zien en zei, “Nou, nou. Gooi me voor de rechter zoveel je wilt, maar in hemelsnaam, laat me niet verhongeren.”


Het archief van Hermes7