Hermes7

November 2004, #10

Inhoud

Van de redactie
Korte citaten
Nieuw op Katinka Hesselink Net (in het Nederlands)
Nieuw online
Overlijdensbericht, Helen Gething
De Ramadan
De nieuwe Bijbelvertaling(en)
Beethoven in de harem (fragmenten uit dit artikel), Michel Krielaars
Over God, en Eenheid, en scheppen, De Geheime Leer, H.P. Blavatsky
De natuur van de zintuigen en hun organen, Hazrat Inayat Khan
Ingezonden brief
Een westerse manager in India


Van de redactie

In Oeganda woedt een oorlog, die recent in het nieuws gekomen is, maar al 17 jaar duurt. Het Verzetsleger van de Heer (LRA) zegt als doel te hebben een Christelijke natie te stichten waarin de tien geboden de basis voor de staat zullen zijn. Ondertussen moordt en verkracht dit leger al jaren burgers. Kinderen worden gekidnapt en gedwongen mee te vechten of te prostitueren. In juni 2003 werden ook Katholieke priesters, nonnen en missionarissen aangevallen en hiermee valt de Christelijke basis onder deze aanvallen weg.

Mijn eerste reactie toen ik over dit probleem hoorde was dat we er aan herinnerd worden dat de Islam niet het alleenrecht heeft op geweld. Nu ik de details weet, zie ik een tweede overeenkomst. In zowel het geval van Osama Bin Laden als in het geval van de LRA is de religieuze grondslag uiterst dun, die als excuus voor het geweld wordt gebruikt. De LRA laat zich in de kaart kijken door haar geweld tegen Christelijke functionarissen. Bij de volgelingen van Bin Laden is al tijden duidelijk dat ze zich meestal niet aan de religieuze gedragsregels houden die bij de Islam horen. Zoals Christenen unaniem het gedrag van de LRA als onchristelijk zullen veroordelen (de meeste van ons zijn niet eens geneigd het ze te vragen), zo reageren de meeste Moslims geschokt op de aanslagen die onder het mom van Moslim-fundamentalisme gedaan worden.

Deze Hermes7 verschijnt middenin de vastenmaand van de Moslims, de Ramadan. Zoals ik in het decembernummer geneigd zal zijn Christelijke thema's op te zoeken (hoewel het de vraag is of het zal lukken) ben ik in deze maand geneigd de Islam eens van verschillende kanten te bekijken. Dat is aardig gelukt, denk ik zo.

Naast bovenstaande thema's komen verschillende andere actuele thema's aan bod. Deze Hermes7 haakt in op de Nieuwe Bijbelvertaling, geeft een recensie van een recent uitgekomen boek, bevat een overlijdensbericht en heeft een ingezonden brief. Al met al hopelijk een interessant geheel.

Korte citaten

Jiddu Krishnamurti, Toespraken met gedachtenwisseling, Saanen 1964, p. 13

Volgens mijn mening wordt door een leven vol problemen - of deze nu economisch, sociaal, persoonlijk of algemeen zijn - de zuiverheid verstoort en vernietigd. En men heeft zuiverheid nodig. Men moet een geest hebben die zeer helder ieder probleem zodra dit zich voordoet kan beschouwen, een geest die zonder verwardheid kan denken en niet is geconditioneerd; dus gekenmerkt wordt door affectie, door liefde, hetgeen niets te maken heeft met emoties of sentimentaliteit.

Anoniem (Nova College Rotterdam, Integraal Personeelsbeleid 2004-05)

Op een kalme zee leert de zeeman zijn vak niet.

H.P. Blavatsky, Collected Writings IX, p. 70

Voor velen die de hele week binnen zitten is een dag op het platteland een ervaring die hen dichter bij God brengt, dan alle diensten die ze in de kerk zouden kunnen bijwonen.

Hazrat Inayat Khan - Vadan - Gamakas

Mijn vrienden sussen mij in slaap, maar mijn vijanden houden mij wakker.

Gezegden over karma, W.Q. Judge

(14) In het leven van werelden, volken, naties en individuen kan karma niet handelen tenzij er een toepasselijk instrument is dat geschikt is voor haar handeling.

(15) Tot zo’n toepasselijk instrument gevonden is, zal het karma dat erbij hoort niet tot uitdrukking komen. Path, march, 1893


Nieuw op Katinka Hesselink Net (in het Nederlands)


Nieuw Online


Overlijdensbericht, Helen Gething

Op 27 januari 2004 overleed Helen Gething, dochter van de theosofische schrijver Wallace Slater. Zelf heeft ze ook haar leven aan theosofie gewijd. De redactie heeft haar ontmoet in Naarden, een paar jaar terug, toen zij een seminar hield over Jonathan Livingston Seagull, door Richard Bach. Daarbij werd uitgebreid geciteerd uit het werk Illusions van Richard Bach. Hieruit een citaat om Helen te gedenken (vrije vertaling door de redactie):
Niet getreurd bij het afscheid nemen; Gedag zeggen is nodig voor nieuwe ontmoeting.
Voor hen die vrienden zijn, zal er in dit of een volgend leven altijd een nieuwe ontmoeting komen.

Bron


De Ramadan

Op 15 oktober jongstleden begon de Ramadan, de vastenmaand van de Moslims. Het Suikerfeest (Eid al-Fitr), waarmee de vastenmaand afgesloten wordt, wordt gevierd op zondag 14 november 2004. Ook Nederlandse moslims houden zich massaal aan de regels die hierbij horen: overdag niet eten en niet drinken, 's avonds uitgebreid eten en familie bezoeken. Verder is het idee dat men zich in deze tijd nog beter aan de religieuze regels houdt dan anders. Dus bijvoorbeeld niet liegen, je huiswerk doen, niet vechten, enz. Ook is dit een tijd waarin de plicht de armen te helpen sterk gevoeld wordt door de Moslimgemeenschap. Daklozen in Leeuwarden kunnen hier deze maand over mee praten.

Bronnen


De nieuwe bijbelvertaling(en)

redactie

Zoals niemand in het Nederlandse taalgebied heeft kunnen ontgaan, is afgelopen woensdag de Nieuwe Bijbelvertaling verschenen. Deze Bijbelvertaling is uitgebreid gepresenteerd, voorgelezen door de koningin en in elke krant vermeld. Daarnaast meldde het NRC middenin een artikel dat er onlangs nog een bijbelvertaling verschenen is: de Naardense Bijbel. De vertaler is dertig jaar bezig geweest met deze vertaling die probeert niet alleen in betekenis dicht bij het Hebreeuws te blijven, maar ook in de vorm van de zinsneden.

Voor theosofen en anderen die serieus in de betekenis achter de tekst van de Bijbel geinteresseerd zijn, zonder in staat te zijn Hebreeuws te lezen, zijn beide vertalingen een handig hulpmiddel. De ene vertaling geeft een begrijpelijke tekst, de ander blijft dicht bij het Hebreeuws zodat alternatieve interpretaties makkelijker te vinden zijn. Aan de andere kant zullen de meeste mensen die serieus in dit onderwerp geinteresseerd zijn, toch eigenlijk een vertaling willen waarin (nog) duidelijker is wat de oorspronkelijke hebreeuwse woorden waren. Waarom niet een vertaling waarin woorden als JHVH, Elohim en dergelijke onvertaald gelaten worden, zodat de lezer vrij is er zelf achter te komen hoe deze woorden geinterpreteerd kunnen worden. Bij zo'n vertaling hoort uiteraard een verklarende woordenlijst achterin waarin de onvertaald gelaten woorden (uitgebreid) uitgelegd worden.

Daarmee komt direct het grootste manco van de Nieuwe Bijbelvertaling boven drijven: het Hebreeuwse JHVH is vertaald met Heer. Dit is een gemiste kans. In modern Nederland kan een vertaling toch eindelijk de mannelijke associatie bij De Ene (zoals de Naardense Bijbel JHVH vertaald) wel achterwege laten? Naast De Ene is ook simpelweg JHVH of Jehovah een prima oplossing. Het zal weinig mensen in lezend Nederland ontgaan zijn dat Jehovah het zelfde betekent als 'God'. Wie kent er niet de Jehovah-getuigen? Het Joodse argument dat De Naam niet uitgesproken dient te worden, is niet echt van toepassing, aangezien ook in de Hebreeuwse tekst JHVH staat. Ook toonde Jan Fokkelman in het NRC-handelsblad (23-10-2004) aan dat het vervangen van JHVH door Heer iets is dat in de afgelopen 2000 jaar onder Joden en Christenen gewoon was. Maar in de Hebreeuwse brontekst staat het niet. Voor veel mensen is het heden ten dage niet meer logisch dat De Hoogste (hoe je het ook noemen wil) niet mannelijk kan zijn, ook het vrouwelijke is er uit voortgekomen tenslotte... Als de brontekst niet aan geeft dat 'God' mannelijk is, waarom zou je daar dan nog mee door gaan?

Voetnoten


Beethoven in de harem (fragmenten uit dit artikel)

Michel Krielaars

NRC,  22-10-2004, p. 17 (link op 27 okt. 2004 gecontroleerd. alleen toegankelijk voor leden van het NRC Handelsblad)

De macht van `Turkse' vrouwen

Op een megatentoonstelling in Brussel wordt Turkije als de bakermat van de westerse beschaving neergezet. Met de vrouw als constante, machtige figuur.

Adams Eva, de maagd Maria en de godin Venus zijn Turks. Nee, het is geen grap, het is waar. De drie aartsvrouwen van de westerse beschaving komen net als de blinde bard Homerus uit het land dat sinds de revolutie van Kemal Atatürk in 1923 Turkije heet, maar in de loop der millennia voortdurend van identiteit is veranderd. Voor ingewijden is het natuurlijk oud nieuws. Maar in het jaar waarin Turkije alles doet om tot de Europese Unie toegelaten te worden is het toch een belangrijke constatering, die erop wijst dat Turkije en Europa wel degelijk een gedeelde geschiedenis hebben. Voeg daaraan toe dat op Turkse bodem het christendom vanaf de vierde eeuw tot aan de val van Constantinopel in 1453 de staatsgodsdienst was en dan mag je er ook nog eens meer dan duizend jaar gedeelde christelijke waarden aan toevoegen. En om die waarden lijkt het bij het vaststellen van de geschiktheid van een land voor een EU-lidmaatschap volgens premier Balkenende tegenwoordig toch vooral te draaien.

De tentoonstelling Moeders, godinnen en sultanes. Vrouwen in Turkije van de prehistorie tot het einde van het Ottomaanse Rijk zou je daarom een geheim onderdeel van het Turkse diplomatieke offensief in Brussel kunnen noemen. Want in het Paleis voor Schone Kunsten wordt tot begin 2005 op overdadige en imponerende wijze die innige verwantschap tussen Europa en Turkije aangetoond. De hele westerse beschavingsgeschiedenis komt eraan te pas, van de prehistorie via de klassieke Oudheid tot in het moderne Turkije van Atatürk. In die ontwikkeling ligt bovendien de nadruk op de invloedrijke rol van de vrouw. Zíj is er de grote heldin. Je zou er bijna door vergeten dat het Turkse parlement onlangs bijna een wet aannam die overspel door vrouwen strafbaar wilde stellen.

....
De sluier is een christelijke traditie overgenomen door de islam

`Moeders, godinnen en sultanes. Vrouwen in Turkije van de prehistorie tot het einde van het Ottomaanse Rijk'. Tot 16 januari 2005 in het Paleis voor Schone Kunsten, Koningsstraat 10, Brussel. Open: di-zo 10-18u, do 10-21u. Gesloten op 25 december en 1 januari. Inl.: tel. 00.32.25078444 of www.bozar.be

Over God, en Eenheid, en scheppen.

De Geheime Leer, H.P. Blavatsky, Fricke vertaling, Den Haag (tussen haakjes is de paginering van de engelse uitgave) p. 6-8(p. 8-10)

De rechtzinnige Brahmanen, diegenen die zich het meest verzetten tegen de Pantheïsten  en Adwaiti’s en hen Atheïsten noemen, zijn, als Manoe hierin enig gezag heeft, gedwongen de dood aan te nemen van Brahmâ, de  Schepper, bij de afloop van elke “Eeuw” dezer (scheppende) godheid (100 Goddelijke Jaren – een tijdperk, waarvan de uitdrukking in onze jaren 15 cijfers vereist). En toch zal geen wijsgeer onder hen deze “dood” in enige andere zin beschouwen dan als een tijdelijke verdwijning van het geopenbaarde gebied van bestaan of als een periodieke rust.

De Occultisten zijn het daarom, wat het bovenstaande leerstuk aangaat, eens met de Adwaita Vedantijnse wijsgeren. Zij toonden op wijsgerige gronden de onmogelijkheid aan om het denkbeeld aan te nemen, dat het volstrekte Al het “Gouden Ei” schept of zelfs evolueert, waarin men zegt, dat het intreedt om zich in Brahmâ, de Schepper, te veranderen, die zich later uitzet tot de goden en het ganse zichtbare Heelal. Zij zeggen, dat Absolute Eenheid niet in oneindigheid kan overgaan, want oneindigheid vooronderstelt de onbegrensde uitstrekking van iets, en de voortduur van dat “iets”; en het Eene Al is evenals de Ruimte – die het op deze Aarde of ons gebied van bestaan alleen verstandelijk en stoffelijk vertegenwoordigt – noch een voorwerp voor, noch een onderwerp tot waarneming. Indien men kon veronderstellen, dat het Eeuwige, Oneindige Al, de Alomvertegenwoordige Eenheid, in plaats van in Eeuwigheid te zijn, door periodieke openbaring een samengesteld Heelal of een veelvoudige Persoonlijkheid werd, zou die eenheid ophouden er een te zijn. Locke’s denkbeeld, dat “zuivere Ruimte in staat is tot weerstand noch Beweging” – is onjuist. Ruimte is noch een “onbegrensde leegte”, noch een “beperkte volheid”, maar beide: daar zij, op het gebied van absolute abstractie, de immer onkenbare Godheid is, die slechts voor het eindige denkvermogen leegte is, en op dat van mayavische waarneming de Volheid, de absolute Bevatter van al wat is, hetzij geopenbaard of ongeopenbaard; zij is derhalve dat Absolute Al. Er is geen verschil tussen het “In Hem leven wij en bewegen wij en zijn wij” (p. 9) van de Christelijke Apostel, en het “Het Heelal leeft in, komt voort uit en zal terugkeren tot Brahma (Brahmâ)” van de Hindoe Rishi; want Brahma (onzijdig), het ongeopenbaarde, is dat Heelal in abscondito (verborgen), en Brahmâ, het geopenbaarde, is de Logos, mannelijk-vrouwelijk gemaakt in de symbolische rechtzinnige dogma’s. De god van de Apostel-Ingewijde en van de Rishi is zowel de Onzienlijke als de Zichtbare Ruimte. Ruimte wordt in de esoterische symboliek de “Zevenhuidige Eeuwige Moeder-Vader” genoemd. Van haar onversplitste to haar versplitste oppervlakte is zij samengesteld uit zeven lagen.

“Wat is het, dat was, is en zal zijn, hetzij er een Heelal is of niet, hetzij er goden zijn of niet?” vraagt de esoterische Zenzarsche Catechismus. En het gegeven antwoord is RUIMTE.

Het is niet de Eene Onbekende, immertegenwoordige God in de Natuur of de Natuur in abscondito, die verworpen wordt, maar de God van het menselijk dogma en zijn vermenselijkt “Woord”. De mens vormde het in zijn eindeloze verwaandheid en ingeboren hoogmoed en ijdelheid zelf met zijn heiligschennende hand uit de bouwstof, die hij in zijn eigen kleine hersenkas vond, en drong het op aan de mensheid als een onmiddelijke (p.10) openbaring van de ene ongeopenbaarde RUIMTE. De Occultist neemt aan, dat openbaring komt van goddelijke, maar toch nog eindige Wezens, de geopenbaarde levens, nooit van het Onopenbaarlijke Ene Leven; van die Wezens die de Oer-Mens, Dhyani-Boeddha’s of Dhyan-Chohans genoemd worden, de “Rishi-Prajâpati” der Hindoes, de Elohim of “Zonen van God”, de Planeetgeesten van alle volkeren, die goden zijn geworden voor de mensen. Hij houdt ook de Adi-Sakti – de onmiddellijke uitstraling van Moelaprakriti, de eeuwige Wortel van Dat, en het vrouwelijk aanzicht van de Scheppende Oorzaak, Brahmâ, in haar Akashische Ziel – wijsgerig voor een Maya en oorzaak van de menselijke Maya. Maar deze beschouwing belet hem niet te geloven in haar bestaan zolang als dit duurt, namelijk gedurende één Mahamanvantara, en evenmin om Akasha, de uitstraling van Moelaprakriti, toe te passen op praktische doeleinden, daar de Wereld-Ziel in verband staat met alle natuurverschijnselen, die bekend of onbekend zijn aan de wetenschap.


De grote Meesters uit Tibet, Egbert Asshauer

Recensie

Een boek dat me beurtelings een ongemakkelijk gevoel geeft en me inspireert. Dat komt niet vaak voor. Misschien doordat dit boek lama's van verschillende Tibetaans Boeddhistische tradities zonder onderscheid behandeld, is mijn indruk van de mensen achter de titels heel wisselend. Doordat dit boek in gaat over zowel het feitelijke leven van deze meesters als de mythen die om hen heen ontstaan zijn, is het een erg interessante lees. Voor theosofen komt daar nog bij dat het interessant is de inhoud te vergelijken met wat we over de theosofische mahatmas (ook wijzen uit Tibet, tenslotte) denken te weten. Dan nu van achter naar voren wat citaten die extra mijn aandacht trokken:
(p. 198) In een onlangs gepubliceerd interview stelde Alan Wallace de vraag hoe efficient de verbreiding van de dharma in het Westen tot nu toe is geweest. Een taboe-onderwerp! Wat ooit in Tibet mogelijk was, waar in de loop van eeuwen iedere generatie haar eigen reeks van verwerkelijkte meesters opleverde, lijkt in het Westen onmogelijk te zijn. Ligt dit aan ons? zo vraag hij. Of ligt het aan de Tibetaanse goeroes? Of moet de leer, die afgestemd is op de Tibetaanse geest, voor het Westen worden getransformeerd? Niemand die op dergelijke vragen het antwoord schijnt te weten.
Juist daarom, zo betoog ik, kunnen en moeten westerse boeddhisten de in dit boek beschreven Tibetaanse meesters die tot nog maar enkele jaren geleden onder ons hebben geleefd tot voorbeeld nemen. Zij hebben met grote volharding de dharma van de grond af aan geleerd, beoefenden meditatie en verwerkelijkten in een doorlopend proces van geestelijke groei, waarin hun inzicht in de dharma zich steeds verdiepte, uiteindelijk de leegte - het besef dat alle dingen onwezenlijk (dus leeg) zijn. Mededogen was de grondslag van hun leven en werk - en juist dit verbindt hen met de Verlichten en heiligen van alle tijden en religies.
Aangezien theosofen graag onderling discussieren is het volgende over de Gelugpa orde relevant (en het artikel van Muriel Daw dat recent in Theosofia gestaan heeft en dat hierboven gelinkt wordt, geeft aan dat de theosofen wat hun spirituele stamboom betreft afstammen van de gelugpa).
(blz. 102) Het dispuut heeft bij de gelugpa's een eeuwenoude traditie en vind twee keer per dag plaats op de grote kloosterbinnenplaats in de open lucht, waarbij de stemmen luid worden verheven en er vaak heftig wordt opgesprongen. Het was voor de jonge monniken, die niet aan sport mochten doen, de enige mogelijkheid om stoom af te blazen. Elk gebrek aan kennis wordt hierbij genadeloos aan de kaak gesteld. Dit motiveert de studenten niet alleen om beter te leren, maar heeft ook in de loop der jaren een vormende invloed op het karakter en voorkomt het ontwikkelen van superioriteitsgevoelens en misplaatste trots op de eigen prestatie, want vroeg of laat overkomt het hen allemaal.
(blz 101) De gelug-stroming is in feite een gesloten systeem dat zowel meditatiepraktijk als een praktijk voor het dagelijks leven omvat en berust op verstandelijk inzicht. Zij hecht grote waarde aan bestudering van geschriften; het contemplatief denken of de rechstreekse meditatieve ervaring komt ... op de tweede plaats.
- betaalde ceremonien
De grote meesters uit Tibet
Ware gebeurtenissen uit het uiterlijke, innerlijke en geheime leven van de belangrijkste Tibetaanse Lama's
door: Asshauer, Egbert; Uitgever Ankh-Hermes, Deventer, EUR.22.50; Aantal bladzijden: 216; ISBN nummer : 9020283278

De natuur van de zintuigen en hun organen

uit Hazrat Inayat Khan, Spiritual Liberty - Metaphysics - Our Constitution

Er zijn vijf zintuigen: zien, horen, ruiken, smaak en tastzin. De zintuigen om te zien en te horen zijn de belangrijkste, en van deze twee is het gezicht het belangrijkst. De tastzin wordt waargenomen door middel van de huid, die het aarde element vertegenwoordigt, en is gevoelig voor koude en warmte. De smaak wordt waargenomen door middel van de tong, die het water element vertegenwoordigt; alle zoute, zure en zoete, scherpe en bittere smaken worden erdoor onderscheiden. De reukzin wordt waargenomen door middel van de neus, het kanaal van de adem, die alleen de geuren en luchten kan waarnemen. Het gehoor vertegenwoordigt het element lucht en wordt waargenomen door middel van de oren. Het gezicht vertegenwoordigt het ether element en wordt waargenomen door middel van de ogen, die in dit stoffelijke lichaam de plaatsvervangers van de ziel zijn.

Ieder zintuig heeft twee aspecten: Jelal en Jemal, de sterke en de gevoelige aspecten van het leven, die worden vertegenwoordigd door de rechter en linker kant, in hun expressieve en responsieve uitdrukkingsvermogen. Daarom zijn er twee ogen, hoewel het gezichtsvermogen één zintuig is; het gehoor is één zintuig, maar er zijn twee oren; de reuk is één zintuig, maar er zijn twee neusvleugels. Zo is het met ieder zintuig. Het is dit tweeslachtige aspect in de natuur die de onderscheiding van seksen heeft veroozaakt, want in de geest is de mens menselijk, maar als hij de oppervlakte nadert wordt hij òf mannelijk òf vrouwelijk. De mythe van Adam en Eva geeft aan het volgende uitdrukking voor degenen die weten: Eva die uit Adams rib komt betekent dat die twee uit één Geest kwamen.

In werkelijkheid is er maar één zintuig, en het is de richting van zijn ervaring die wordt waargenomen door een specifiek kanaal. Omdat dit zo is, is iedere ervaring anders. Daarom mogen we dit zintuig de vijf zintuigen noemen, hoewel het in werkelijkheid één is.

Het zintuig dat bij het element in iemands natuur hoort dat overheerst, is het zintuig dat het meest actief is. En omdat de adem zo vaak gedurende de dag en de nacht verandert, verandert zijn element ook in overeenstemming met de zintuigen. Dit is de oorzaak van iedere vraag van de zintuigen. Wie een bepaald zintuig koestert, maakt dat zintuig lui, net als attar die je de hele tijd vlak bij je houdt uiteindelijk de reukzin afstompt, hoewel het je verslaafd maakt aan de geur van attar. Hetzelfde is het geval met alle zintuigen. Daarom ervaart de Soefi het leven door middel van de zintuigen vanwege de ervaring en niet om te genieten. Het eerste is meesterschap, het tweede slavernij.


Ingezonden brief

Hoi Katinka,
 
Ik heb net "Van de redactie" gelezen, de rest nog niet. Maar ik reageer maar meteen, anders komt het er misschien niet van.
Je schrijft ergens "Ondertussen is het aan ons 'autochtonen'...". Je lijkt er van uit te gaan, dat onder de lezers van Hermes7 geen allochtonen zitten. Nu ik er over nadenk... jij weet aan wie je het stuurt, dus misschien klopt het inderdaad. Maar voor mij als lezer had het toch iets geks. Er zijn ook allochtonen, die in je blad geinteresseerd zouden kunnen zijn en mensen, die het ontvangen, sturen het mogelijk door.
 
Daarna las ik echter iets, waar ik het roerend mee eens ben. Je vraag "wat is in hemelsnaam "onze cultuur'' "? Onder autochtonen zijn de verschillen vaak heel groot. De ene groep luistert naar Bach, de ander naar Hepie en Hepie, de een loopt het Pieterpad en/of maakt zelf kaarten maken met theedoosjes (of zoiets), iets, wat volkomen buiten andermans belevingswereld valt; weer anderen komen in clubverband in Star Trekpak bijeen, etc. (Combinaties zijn natuurlijk ook mogelijk.) Met welke "Ned. cultuur" moet "de" allochtoon nu integreren? Mogen hoofddoekjes niet meer, omdat in "de Nederlandse cultuur" niemand met een hoofddoekje loopt? Merkwaardig, want tegelijkertijd vinden veel mensen het weer jammer, dat oude tradities als het in klederdracht lopen in (kleine plaatsjes in) Zeeland(?) uitsterft. In die klederddrachtkostuums zitten ook hoofddeksels. Er wordt wel gezegd, dat die hoofddoekjes een uiting zijn van een (tot nu toe in Nederland niet voorkomende) godsdienst. Ik vraag me af, in hoeverre het  hoofddoekje in de Koran genoemd wordt. Is het niet eerder een soort folklore? Zoals "onze" klederdracht, of "regels"/gewoontes, dat mannen geen rok dragen? Kledinggewoontes veranderen. Vroeger droegen mensen hoeden, vrouwen droegen geen broeken, jongens liepen vaker dan nu in een korte broek. Tegenwoordig zie je moslimmeisjes op hoge hakken èn met hoofddoekjes. Sommige mensen zien alleen het hoofddoekje er zeggen: o, dat is een moslima, die streng in de leer is. Die mensen hebben oogkleppen op. (Over hoofdbedekkingen gesproken!)
 
Wat me ook aansprak, was je opmerking, dat er bepaalde moslimdingen zijn, die juist overeenkomen met jouw cultuur. Je noemde geen alcohol drinken. Helemaal mee eens.  
Ook helemaal mee eens: je opmerkingen over de sluiers en de sexy kleding. Wat ik me afvraag is, of dat niet geleidelijk naar elkaar toe gaat groeien. 
 
Groetjes,
 
Peter van der Linden

Hoi Peter,

Het tweede deel van mijn redactioneel vorige maand was ingegeven door het gevoel : wie bedoel ik eigenlijk als ik zeg 'wij autochtonen'. Dat is precies het gevoel dat uit jou brief spreekt. Maar je analyse is denk ik correct: Hermes7 heeft niet veel leden (op het moment van schrijven 24) en ik denk niet dat zich daar Nederlanders van Marokaanse of Turkse afkomst onder bevinden. Helemaal zeker weet ik het echter niet. Het traditionele probleem van 'hoe bereiken we de allochtone medemens' dat in de Theosofische Vereniging speelt en op allerlei andere manieren door onze steeds multiculturelere samenleving heen speelt, is ook hier van toepassing. Ik heb niet de illusie dat deze nieuwsbrief die kloof overbrugt (hoewel ik dat wel graag zou willen).

Verder kan ik rapporteren dat ook meiden met hoofddoek zich soms in de klas misdragen. Het dragen van een hoofddoek heb ik voor ik op deze school ging werken geassocieerd met braaf en 'goed Moslim', maar dat kan ik niet meer volhouden, hoewel het uiteraard soms wel waar is.

Wat betreft de essentieel geworden vraag of hoofddoekjes verplicht zijn in de Koran het volgende:

Ik vind online tegengestelden meningen. De een zegt dat het niet in de Koran staat dat vrouwen hun haar moeten bedekken. De ander baseert zich op diezelfde koran en (zo lijkt het) zelfs het zelfde vers in de Koran om aan te tonen dat vrouwen juist wel zoveel mogelijk dienen te bedekken.

Het citaat in de vertaling waar het meest naar verwezen wordt is het volgende:
"En zeg tegen de gelovige vrouwen, dat zij hun ogen neerslaan en hun kuisheid bewaken, en hun sieraad niet tonen, behalve wat daarvan zichtbaar is. En zij moeten hun sluiers over hun boezems dragen en hun schoonheid niet openlijk tonen, behalve aan hun echtgenoten, of hun vaders, of de vaders van hun echtgenoten, of hun zonen, of de zonen van hun echtgenoten, of hun broeders, of de zonen van hun broeders, of de zonen van hun zusters, of hun vrouwen, of hun slavinnen waarover zij beschikken, of mannelijke helpers die geen begeerte meer hebben, of de kinderen die nog niet op de 'Aurat' van vrouwen letten.". Soerah An Nôer (soerah 24), vers 34

Hierbij is het echter weliswaar duidelijk dat de boezem bedekt dient te worden (wat niet meer dan normaal is, in de meeste omstandigheden), maar wordt over het gezicht en het haar verder niets gezegd. Er wordt zelfs gezegd 'behalve wat daarvan zichtbaar is' als het om hun 'sierraad' gaat. Een textuele uitleg die hier verder op in gaat is gevonden in de eerste link.

Op een site die de Hijaab (dus de sluier) verplicht stelt, word de Hadith (overgeleverde woorden van Mohammed) gebruikt om de details in te vullen, terwijl bovenstaande citaat gebruikt wordt om de grote lijn aan te geven. Maar juist de waarde van de Hadith wordt door andere sites (zie laatste bron) weer betwijfeld.

Redactie

Bronnen

gevonden op 2 oktober 2004; allemaal Moslimsites, voor zover de redactie na kan gaan:


Een westerse manager in India

Een westerse manager gaat naar India om oosterse wijsheid op te doen. Hij komt in een ashram en de guru vertelt hem dat hijzelf god is en dat god alles is. De manager gaat weg, denkend het goed begrepen te hebben. Hij is god, en god is alles. Al lopende komt hij een olifant tegen, met daarop een rijder. Ze komen recht op hem af. De manager denkt: ik ben god, ik wil niet dat de olifant over mij heen loopt, dus dat doet hij niet. Ondertussen waarschuwt de rijder voortdurend, al roepend, dat de olifant eraan komt: Opzij! Opzij! Maar de manager maakt zich geen zorgen en wordt dus onder de voet gelopen. Zwaar gekneusd en met vele botbreuken komt hij in het ziekenhuis terecht. Als hij genoeg hersteld is om ontslagen te worden, strompelt hij in zijn loopgips terug naar de guru. Hoe kan dit nou, ik ben toch God? Jawel, maar waarom luisterde je niet toen God riep dat je opzij moest gaan?


Het archief van Hermes7