Hermes7
Januari 2005, #12
Inhoud
Van de redactie
Nieuw op Katinka Hesselink Net (in het Nederlands)
Korte citaten
Devi Bhagavata Purana, Boek 6, hoofdstuk 10: Over Karma, vertaald door
Henk J. Spierenburg
Is
het woord ‘theosoof’ te vermijden?,
Daan
W. Graatman
Mijn Engel en Ik, Anke kluwer
Van
de redactie
Een nieuw jaar is weer begonnen. Aan het eind van het oude
jaar
werden we opgeschrikt met nieuws uit Zuid Oost-Azië. Het
hoofdkantoor van de Theosofische Vereniging in Adyar (Madras, India),
gelegen aan zee in het getroffen gebied, is gelukkig gespaard
gebleven. Woorden schieten tekort als het om dit soort rampen gaat.
In dit nummer de eerste vertaling van een fragment
van een purana,
verzorgt door Henk Spierenburg voor Hermes7. Purana's zijn geschriften
uit de heilige literatuur van India. Ze bevatten over het geheel
genomen mythen over goden en dergelijke. Tussendoor zitten er blijkbaar
fragmenten over meer filosofische onderwerpen in. Spierenburg vertaalt
een
aantal van deze fragmenten voor Hermes7. Ze zijn als volgt tot stand
gekomen: Spierenburg vertaalt de Engelse vertaling van de purana in het
Nederlands. Vervolgens kijkt hij naar het oorspronkelijke Sanskriet (de
taal waarin de purana's geschreven zijn) om te zien of het allemaal
klopt. Daarbij zet hij belangrijke termen terug in het sanskriet, zodat
de lezer zelf kan achterhalen wat er bedoeld is. Voor de minder
geinformeerde lezer heeft hij vaak tussen haakjes de term alsnog
uitgelegd. Waar hij dat niet heeft gedaan heeft de redactie dat in een
voetnoot gedaan.
Nieuw
op Katinka Hesselink Net
Korte citaten
Jiddu Krishnamurti, Toespraken met gedachtenwisseling, Saanen
1964,
p.
16
Hoe ontstaat dus een probleem - een psychologisch probleem?
Laten
wij
ons daar eerst mee bezig houden, omdat psychologische problemen iedere
activiteit
in het leven vervormen. Slechts wanneer de geest een psychologisch
probleem
direct wanneer het opkomt begrijpt en oplost en er geen neerslag
overgeheveld
wordt naar het volgende uur of de volgende dag, is hij in staat om de
volgende
moeilijkheid fris en met helderheid onder het oog te zien.
The Theosophist, Volume I, dec. 1879, p. 65-66
[from
the article A Chapter on Jainism, by Babu Ram Das Sen, Ordinary Member
of the Oriental Academy of Florence]
Zo gelukkig zijnd als mensen te zijn
geboren,
zouden
we altijd bezig moeten zijn met iets dat nuttig is voor onszelf of voor
anderen.
Johan Cruijff
Je gaat het pas zien als je het door hebt.
Hazrat Inayat Khan - Bowl of Saki
Het is de diepte van gedachte die krachtig is, en oprechtheid
van
gevoel die atmosfeer schept.
Gezegden over karma, W.Q. Judge
(20)
Zoals lichaam en geest en ziel elk de mogelijkheid hebben onafhankelijk
te
handelen, kan elk van hen, onafhankelijk van de anderen een karmische
oorzaak
uit branden – daarbij kan deze oorzaak dichterbij de tijd van haar
ontstaan
liggen of verder weg, dan de oorzaken die door andere kanalen hun
uitwerking
hebben. Path,
march,
1893
Devi
Bhagavata Purana, Boek 6, hoofdstuk 10: Over
Karma
Vertaald door Henk J. Spierenburg
De zieners
zeggen dat karma bestaat in drie soorten:
sanchita (opgestapeld karma), vartamana (huidig karma) en prarabdha
(beginnend karma). Elk van de drie is weer in drieën gedeeld
[volgens de guna’s]: sattvisch, rajasisch en tamasisch. (*)
De
opgestapelde effecten van
karma verworven in voorgaande levens wordt sanchita karma genoemd. Die
effecten van dit sanchita karma, gunstig of ongunstig, voor korte of
voor lange tijd, moeten worden ervaren als een vreugde, of het nu goed
of slecht is. Dit sanchita karma dat door de belichaamde wezens in
diverse voorgaande geboorten tot stand is gebracht, kan nooit, zelfs
niet in miljoenen kalpa’s (#), volledig teniet worden gedaan, als er
niet
met vreugde aan wordt gewerkt.
Het
karma dat heden wordt
veroorzaakt door een jiva [een ziel], en niet is afgewerkt, wordt
vartamana karma genoemd. De jiva’s veroorzaken dit vartamana karma,
gunstig of ongunstig, in hun huidige leven.
Op het
moment van de geboorte
neemt de ziel een deel van het sanchita karma op om het te verwerken.
Dit deel van het sanchita karma wordt prarabdha karma genoemd. Dit
verdwijnt alleen wanneer de effecten daarvan volledig worden teniet
gedaan door de belichaamde ziel, echter, anders dan door een geboorte
[belichaming] is dit niet mogelijk. Wees er zeker van dat de effecten
van goede daden, dan wel slechte daden, in het verleden teweeg
gebracht, door een ieder moeten worden verwerkt, of dit nu een deva,
een mens, een asura, een Yaksha of een Gandharva betreft. De daden uit
het verleden komen terug om vorm te geven aan de nieuwe geboorten van
alle wezens.
Wanneer
alle karma is verwerkt,
kan er geen geboorte meer plaats vinden. Er is geen twijfel in deze
zaak. Brahmâ, Vishnu, Rudra, Indra en de andere deva’s, de
Danava’s, Yaksha’s, Gandharva’s (&), allen zijn onderworpen aan
dit
karma.
Zou het niet zo zijn, hoe zouden zij dan lichamen kunnen krijgen die de
oorzaken zullen zijn van de vreugdevolle ervaringen van pijn en genot,
zoals alle wezens? Om die reden.
Uit de
sanchita karma’s,
afkomstig uit vele voorgaande levens, worden sommige karma’s rijp in de
juiste hoeveelheid tijd en manifesteren zich. Deze gemanifesteerde
karma’s worden, zoals wij weten, prarabdha karma’s genoemd, namelijk
díe, die in het huidige leven vreugdevol worden verwelkomd.
Gedreven door dit prarabdha karma, doen zowel mensen als deva’s
verdienstelijke en onjuiste daden...
Het is
absoluut zeker dat de
lichamen van de jiva’s de vergaarbakken zijn van pijn en vreugde; en de
belichaamde wezens verwerken deze beurtelings. Geen jiva is
vrijgesteld, hij is altijd onderworpen aan het grote noodlot. Hij
ondergaat geboorte, dood, vreugde en verdriet, niet door zijn eigen
wil, maar gedwongen en gegidst als het ware, door het onzichtbare
noodlot.
Voetnoten
(*) De drie guna's zijn satva, rajas en tamas. Hierbij staat tamas (of
tamo) voor onwetendheid, materie en traagheid. Rajas (of rajo) staat
voor beweging, handeling, vorm, verandering en hartstocht. Satva staat
voor goedheid, kennis, inzicht, zuiverheid en evenwicht. (Bronnen H.P.
Blavatsky's
Theosophical Glossary en deze
lijst met sanskriet woorden).
(#) Kalpa's zijn tijdperken.
(&)Brahmâ, Vishnu, Rudra, Indra en de andere deva’s, de
Danava’s, Yaksha’s, Gandharva’s zijn voorbeelden van goden en
spirituele wezens.
Is
het woord ‘theosoof’ te vermijden?
Daan W. Graatman, Theosofia, December
1995, p. 205 (uit de rubriek
Dialoog)
In
ons taalgebruik is
het woord theosoof heel gewoon. Toch zal ik het zelf zoveel mogelijk
vermijden,
omdat Theosofie letterlijk betekent Goddelijke Wijsheid en het
woord theosoof zou dus iemand
moeten zijn die deze bezit of vertegenwoordigt of hoe wij dat ook
zeggen willen,
en dat zijn wij natuurlijk geen van allen. Een filosoof is
letterlijk een
vriend van de wijsheid en daar zit de betekenis dus niet in dat hij
zelf wijs
is, evenmin als in het Engelse woord Theosophist. Het woord
Theosofist zal
geen ingang vinden, omdat het langer is en waarschijnlijk ook als een
Anglicisme zal worden ervaren, net zo min als het onderscheid dat
wel eens gemaakt
is tussen econoom en economist; de ene practicus, de ander theoreticus.
Voor
zover ik weet heeft dit geen navolging gevonden. Een neutraal woord
voor een
aanhanger van de Theosofische ideeën zou theosofofiel kunnen
zijn, al dan niet
met een hoofdletter. Maar ook dat zal geen ingang vinden. Wij zitten
met het
gangbare woord opgescheept. Ik kan alleen maar proberen het te
vermijden. Als
mij gevraagd wordt of ik theosoof ben zeg ik: nee, dat ben ik
niet, ik ben lid
van de Theosofische Vereniging.
Mijn Engel en Ik
Prana 1990/ Anke kluwer
We keken samen naar beneden, mijn engel en ik, over het randje van een
door de zon gekleurde wolk. Het was vlak voor mijn afdaling naar de
aarde en we waren een beetje droevig gestemd, maar toch voelde ik me
ook plezierig opgewonden over mijn grote avontuur. "Weet je," zei mijn
engel, "je krijgt zoals iedereen een opdracht mee en genoeg vermogens
om dat te realiseren, maar verspil niet al te veel energie aan alle
boeiende, enerverende en spannende avonturen die het leven op aarde te
bieden heeft. Ze kunnen je kennis en ervaring opleveren maar het gevaar
bestaat dat je dan niet toekomt aan je opdracht." Overmoedig dacht ik:
Wat kan me nu overkomen, zo moeilijk kan het toch niet zijn ? Ik ga
regelrecht op mijn doel af, dat zo vurig en duidelijk in mijn ziel
gegrift staat. "Het is een sprong in het duister," waarschuwde mijn
engel nogmaals, "het kan er erg koud zijn." "Ik heb het toch nooit
koud," zei ik argeloos, "mijn hart is zo warm," en ik dacht erbij; ik
wil het ook niet koud hebben.
"We zullen elkaar nog wel ontmoeten," zei de engel. "Ik ben er altijd,
je zult me niet altijd herkennen, niet altijd verstaan, maar verlies
nooit de moed en het vertrouwen in jezelf én in mij.
Ik ben immers jouw voorbeeld, jouw innerlijk droombeeld, zoals ik ook
weer mijn voorbeeld heb. We zijn onontkoombaar aan elkaar verbonden, in
pijn en verdriet, in vreugde en overwinning maar vooral in liefde en
vrede. "
Ik antwoordde: "Wat ik nu wil, is net zo wit en stralend te worden als
jij en de aardse kou en donkerte kunnen mij toch geen pijn en verdriet
doen? Ik volg gewoon het licht, jouw licht.
De aarde ziet eruit als een donkere mist, dat is lastig maar toch niet
pijnlijk?"
Met onuitsprekelijke liefde keek de engel me aan. Het was als een
zachte, geurende balsem, die alles verzachtte en beschermde. "Ik geef
je een stukje van mijn witte licht mee. Soms zul je het ervaren als
zuivere energie, soms misschien als een scheurend heimwee, dan weer als
een blij gebeuren, als een stukje vrede en soms zul je het uitbannen
als de aardse sfeer alle aandacht opeist." Ik was diep onder de indruk
van de ernst van de engel, maar voelde me zo doordrongen en gedragen
door zijn liefde, dat ik zonder angst aan de afdaling begon, meegezogen
in een wervelende spiraal.
Het verblijf in een groeiend lichaampje, zo afhankelijk en
onhandelbaar, was een regelrechte schok voor mij. Alles was zo anders
dan ik gewend was in de omgang met de engel, die alles direct in volle
omvang begreep, die nooit oordeelde, die mij hulde in een zachte balsem
van volledige acceptatie.
Hier waren er muren tussen de mensen, muren van onbegrip en oordeel.
Het was er koud en ik had het koud en schreeuwde om begrip en
acceptatie en om er te mogen zijn. Gelukkig mocht ik veel slapen en
vluchtte dan in de armen van mijn engel. Langzaam aan kreeg ik meer
belangstelling voor mijn omgeving. Ik herkende andere zielen, maar we
communiceerden niet meer zoals vroeger.
Er moesten zoveel woorden en gebaren gevonden worden die wel begrepen
werden in de materie, maar niet meer op hun werkelijke waarde.
Ik ontdekte ook de vreugde van een lichaam, de streling, het warme
water, lekker eten, bewegen en ervaren. De kleuren, geuren en klanken,
een wijze oude boom, zo vol afwisseling. Ik ging op onderzoek uit en
dwaalde door de doolhoven van het aardse leven.
Tot mijn schande herinnerde ik
me mijn engel soms pas weer als ik
dreigde te verdwalen. Het stralende licht bracht weer rust en evenwicht
en maakte dat ik de weg terug wilde vinden naar iets dat belangrijker
was dan alle aardse schittering.
Ver weg, heel ver weg was er een naamloos weten, een
eindeloze
echo, een onnoembaar verlangen naar wat, vrede, liefde, kontakt,
acceptatie ? Kon ik mezelf dan niet geven als anderen het niet deden?
Wat is belangrijk om te doen en wat niet, wie moet je geloven, wat moet
je willen en juist niet willen ? Juist als de donkere mist mijn wezen
en ogen verblindde, was er toch een teken van mijn engel.
Hij heeft mij gesteund, getroost en de weg gewezen. Had ik maar beter
naar hem geluisterd. Ik was overmoedig en zou het wel even volbrengen.
Misschien was de schok dan niet zo hard aangekomen en had ik me beter
kunnen aanpassen aan het leven tussen en met de mensen. Maar misschien
was ik dan niet zo hard op zoek gegaan naar het leidende licht waarvan
ik vaak de oorsprong niet herkende. Soms zag ik mijn engel in de ogen
van een ander en verwarde beiden met elkaar, soms zag ik zijn schim in
een liefdevol gebaar, een schitterende zonsondergang, in prachtige
muziek, zo voedend en troostend, of in een kleur, zo helder en fris. Op
zoek naar mijn engel vond ik hem soms in een moment dat tot eeuwigheid
werd.
Ik herken ook mijn medemensen als kinderen van hun engel, op zoek naar
hun ideaal, hun eigen droombeeld, naar dat wat ze in wezen zijn, hun
inbeeld, met een eigen, unieke opdracht en dat maakt ons tot werkelijke
broeders en zusters.
Ik weet nu dat ik altijd het geliefde kind van mijn engel ben, hoe ik
ook dwaal. Steeds zijn daar momenten van pure vreugde, grote vrede en
het schitterende licht als bewijs dat Hij er is, altijd……….
Het
archief van Hermes7
Aan de totstandkoming van deze uitgave is de uiterste zorg besteed.
Voor informatie die desondanks onvolledig of onjuist is opgenomen
aanvaarden auteur(s) en redactie geen aansprakelijkheid. Voor eventuele
verbeteringen van de opgenomen gegevens houden zij zich gaarne
aanbevolen.