Hermes7

Februari 2005, #13

Inhoud

Van de redactie
Nieuw op Katinka Hesselink Net (in het Nederlands)
Nieuw online
Religie in het nieuws
Korte citaten
Globalisering: enkele opvallende feiten, Justice B.P. Jeevan Reddy
Kalevala - het begin der tijden

Van de redactie

Henk Spierenburg is niet in staat gebleken om de vertaling voor deze week af te krijgen. Hopelijk lukt het hem toch uiteindelijk dit te doen. Volgende maand zal wel een artikel van zijn hand over Atma verschijnen.


Nieuw op Katinka Hesselink Net (in het Nederlands)

Fragment uit dit artikel:

Creativiteit lijkt vaak de unieke aanleg van slechts een paar mensen te zijn. Maar in feite zijn we allemaal geboren met het talent creatief te zijn. Wat gebeurt er met dit "zesde zintuig" naarmate we ouder worden? Maar al te vaak blijft het sluimerend aanwezig of wordt het langzaam maar zeker gedoofd. Een creatieve persoonlijkheid wordt niet langer alleen maar met kunst geassocieerd; de wetenschap en de zakenwereld hebben evenzeer behoefte aan creatieve mensen. Hoewel experts zeggen dat het mogelijk is de sluimerende creatieve reus in ieders geest weer tot leven te wekken, hoef je daar niet op te wachten. Je kunt het creatieve talent van je kind stimuleren door zijn vermogen om het leven emotioneel te verrijken serieus te nemen en door eraan te werken dat die creatieve drang wordt gestimuleerd. Hier volgen vijf specifieke manieren waarop we onze kinderen kunnen helpen hun natuurlijke creatieve talenten te ontwikkelen:

Nieuw Online


Religie in het nieuws

Naar aanleiding van een verkleedpartij van de Engelse prins Harry is er sprake van het verbieden van het dragen van de swastika op de kleren. In India en China is het een veel voorkomend symbool. Het woord swastika betekent geluk. In zowel Boeddhisme als Hindoeisme is het een heilig symbool. Voor theosofen is relevant dat het (sinds de jaren 80 van de 19e eeuw) op het theosofisch zegel staat (zie www.theosofie.nl). Al met al genoeg reden om niet vanwege de wreedheden die Hitler en zijn kornuiten begaan hebben een heel symbool af te schaffen. Het symbool is tegenwoordig in het westen natuurlijk taboe en dat is logisch. Het omzetten van dat taboe in een verbod gaat echter te ver, als je bedenkt dat het symbool ook positief begrepen wordt door grote delen van de wereld-bevolking.

Globalisering: enkele opvallende feiten

Justice B.P. Jeevan Reddy, Theosofia, Augustus 1999, p.152; Vert. Corrie Blaak 

Dit artikel is een samenvatting van de Annie Besant-lezing, gehouden tijdens de conventie te Adyar in december 1998.

Dr. Annie Besant was een van de grote leiders van de Indiase vrijheidsstrijd. Zij kwam op voor zelfbestuur voor India en was een feministe die voor de rechten van de vrouw streed, een vrijdenkster die geboorteregeling predikte, ze gaf wetenschappelijk onderricht en ze was een sociaal en opvoedkundig hervormster. Haar betrokkenheid bij de Indiase samenleving en de Indiase natie vervult zelfs nu nog het denken van alle weldenkende mensen. Het is die betrokkenheid die de bron is voor mijn toespraak van vandaag.

Ik heb voor een onderwerp gekozen dat op het economische vlak ligt omdat vraagstukken over wereldeconomie, liberalisatie en economisch beleid op het ogenblik van groot belang zijn en ons aller leven beïnvloeden. De wereld wordt door de rijke, ontwikkelde landen overheerst, niet met wapens, maar door handel en investeringen. Net als over oorlog gezegd wordt, is ook de economie een te serieuze zaak om alleen aan de economen over te laten. Ieder van ons, juristen, doktoren, technici, academici, ja ieder weldenkend mens, zou zich over deze onderwerpen moeten beraden.

Tot 1990-91 was er in India een beschermde economie. Maar rond die tijd kwam die in ernstige problemen. De stijgende importkosten - in het bijzonder die van de olie - samen met een dalende export veroorzaakte een situatie waarin we bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) moesten aankloppen voor een substantiële lening. Het IMF verstrekt echter geen onvoorwaardelijke leningen. De condities zijn welbekend: het budget in evenwicht brengen door te snijden in de onkosten in de sociale sector en afschaffing van de subsidies voor landbouw en industrie, het beteugelen van de inflatie en de vermindering van douaneheffingen en verder opheffing van de importbeperkingen en van het toelaten van buitenlands kapitaal. We konden niet anders dan deze voorwaarden accepteren. We werden verplicht om onze economie open te stellen, wat een vrijwel onbeperkte toestroom van buitenlands kapitaal, multinationals en aanvaarding van het beginsel van vrijhandel betekende. Ons werden als voorbeeld de Zuidoost Aziatische Tijgers genoemd. Kijk naar China, werd ons gezegd, en zie hoe diens vrijhandelspolitiek enorme bedragen aan Buitenlandse Investeringen (Foreign Direct Investment, (FDI)) heeft aangetrokken, die hebben bijgedragen aan de algemene ontwikkeling. We hebben alles klakkeloos geaccepteerd. We waren ook niet in de positie om twijfels te uiten, d.w.z. tot de ineenstorting van de Zuidoost Aziatische Tijgers.

Ze kwamen met geveinsde verbazing tot de ontdekking dat in een wereldeconomie miljarden dollars door het indrukken van een computertoets verplaatst kunnen worden en dat maakt het haast onmogelijk om zo'n beweging te controleren. John Gray, van de 'London School of Economics', heeft onlangs een boek gepubliceerd, dat 'False Dawn' heet en dat een vernietigende kritiek levert op de globalisering van de economie, terwijl hij daar voorheen heilig in geloofde. Hij zegt dat niemand de macht van de nieuwe technologieën die plotselinge en directe kapitaal- beweging vergemakkelijken had voorzien en hij concludeert dat wereldwijd kapitalisme het eind betekent van sociale verbondenheid, omdat naties en gemeenschappen eindeloos in beroering worden gebracht. Zelfs iemand als John William, econoom bij de Wereldbank, zei onlangs: “We zijn allemaal koortsachtig op zoek naar nieuwe dingen. Er zijn zonder meer landen waarvan de regeringen een meer actieve rol moeten gaan spelen dan men anderhalf jaar geleden zou hebben gezegd.”

Een andere theorie die naar voren wordt gebracht is, dat terwijl korte termijn kapitaal riskant is, FDI veilig en wenselijk is. Laten we eens zien in hoeverre FDI de ontwikkeling van landen werkelijk helpt bevorderen. Volgens het wereldinvesteringsrapport van 1997 dat door de United Nations Conferentie on Trade and Development (handel en ontwikkeling UNCTAD), werd uitgebracht, is de kapitaaluitstroom vanwege de FDI veel groter dan de eenmalige instroom van kapitaal. Volgens dit rapport hebben de grote terugstroom van winsten door de multinationals en de betalingen aan royalties en import een funest effect gehad op de positie van de betalingsbalans bij de Aziatische Tijgers. Neem het voorbeeld van Maleisië. Het rapport wijst uit dat het rekening-couranttekort van het land vanwege de FDI in- en uitstroom opliep tot $ 6.8 miljard in 1995. In het geval van Thailand speelde de FDI tegelijkertijd een belangrijke rol bij hun grote handelstekort welke het leeuwendeel van het Thaise rekening-couranttekort vormde.

Het rapport geeft aan dat de buitenlandse investeerders 90% van hun fabrieken en hun machinepark en 50% van de ruwe grondstoffen uit het buitenland aankochten, met als resultaat dat het Thaise rekening-couranttekort in 1995 opliep tot $13.5 miljard.

Als dat zo is, rijst de vraag: Wie wordt er met de globalisering geholpen? Zonder twijfel de ontwikkelde landen. Gedurende de laatste vier jaren, waarin de verkopen van de mega-ondernemingen zijn toegenomen, is het ('Gross Domestic Product' (GDI) ), het bruto nationaal product van verscheidene derde wereldlanden gedaald. Dit is het tijdperk van mega-fusies en megaovernames. Reusachtige ondernemingen en banken van allerlei landen fuseren om super-ondernemingen en super-banken te creëren. De sage van de overheersing van Latijns Amerika door de enorme Multi-National Corporations (MNCs) is zo goed gedocumenteerd, dat het op dit moment niet nodig is die te herhalen.

Even belangrijk is het om na te gaan: Wie worden er door de wereldeconomie geschaad? Ik wil slechts het volgende aanhalen uit het rapport uit 1997 over de menselijke ontwikkeling van het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP):

De grootste winsten van de wereldeconomie zijn door een bevoorrechte minderheid binnengehaald. Een opkomend getij van rijkdom wordt verondersteld alle schepen te verheffen, maar sommige zijn zeewaardiger dan andere. De jachten en oceaanschepen gaan omhoog als gevolg van de nieuwe mogelijkheden, maar menige kano of roeiboot maakt water - en sommige zinken.

Naar verhouding is de wereldhandel voor de GDP gestegen, maar voor de 44 ontwikkelingslanden met meer dan een miljard inwoners is ze gedaald. De minst ontwikkelde landen met 10% van de wereldbevolking hebben maar een aandeel van 0.3% in de wereldhandel - dat is de helft van het aandeel twee decennia eerder.

De handelsvoorwaarden zijn de laatste 25 jaar voor die landen met 50% verminderd. De gemiddelde tarieven voor industriële nationale importproducten van de minder ontwikkelde landen liggen 30% hoger dan het wereldgemiddelde. Ontwikkelingslanden verliezen ongeveer $60 miljard per jaar door landbouwsubsidies in industrielanden en belemmerende maatregelen voor de textieluitvoer naar industrielanden.

Het aandeel van de armste 20% van de wereldbevolking in het wereldinkomen staat momenteel op een miserabele 1.1%, gezakt van 1.4% in 1991 en van 2.3% in 1960. En de verhouding van het inkomen van de 20% met de hoogste inkomens tot die van de armsten steeg van 30: 1 in 1960, tot 61:1 in 1991 - en tot een alarmerend nieuwe hoogte van 78: 1 in 1994. Ik zeg dit niet uit enige vorm van vijandigheid tegen de rijke landen. Maar terwijl zij zichzelf verrijken, schaadt hun politiek de ontwikkelingslanden. Armoede is het meest in het oog springende kenmerk van de derde wereld, verergerd door de wereldeconomie met al zijn middelen: vrije goederenhandel, vrije kapitaalbewegingen, vrije toegang voor de multi-nationals, (MNC's), verlaging van de tariefmuren, de wereld handelsorganisatie e.a. Wanneer een kleine plaatselijke industrie met een MNC moet wedijveren is het resultaat een uitgemaakte zaak. De kleinere firma kan gewoonweg niet overleven; omdat de MNC's over overvloedige bronnen beschikken en profiteren van hun schaalgrootte en over enorme afdelingen voor 'onderzoek en ontwikkeling' kunnen beschikken, zullen zij de huisnijverheid in no time uit de markt drukken. Voor deze industrieën blijven slechts de volgende mogelijkheden over: 1. failliet gaan en de zaak sluiten, 2. een samenwerkingsverband met de MNC aangaan, mits deze dat toestaat en 3. overneming door de MNC als deze daar de voorkeur aan geeft. Zo is het sinds 1991-1992 gegaan met de Indiase industrieën in sectoren waar de MNC zijn binnengekomen. Het kan in andere derde wereldlanden niet veel anders zijn.

De moraal van het verhaal: Omdat de hedendaagse wereld ons geen andere keus geeft dan mee te doen met het proces van globalisering, zouden we, samen met andere ontwikkelingslanden wegen en middelen moeten vinden om strategieën en programmas te bedenken die de arme landen en de arme mensen daarin werkelijk helpen. We zouden moeten werken aan een meer rechtvaardige en gelijkwaardige wereldorde en de kracht en eensgezindheid moeten ontwikkelen om de druk van oneerlijke contracten en discriminerende handelspolitiek te weerstaan.

Sadruddin Aga Khan, voorzitter van de Bellerive Foundation, zegt:

We moeten het tempo waarin we afstand doen van onze soevereiniteit ten gunste van onze plaats op de wereldmarkt vertragen; we moeten onze controles en evenwicht inbouwen in de bestaande internationale economische instrumenten met een grotere publieke participatie en verantwoordelijkheid van de investeerder en we moeten het parallelle systeem van controles en balansen dat je in het VN-systeem voor instellingen en overeenkomsten vindt versterken. En intern zouden we door moeten gaan met het beleid dat de armen en zwakkeren helpt. Dat is het doel dat de Indiase Grondwet zich heeft gesteld en wat je op verschillende manieren zou kunnen beschrijven als 'ontwikkeling met een menselijk gezicht' of 'gerechtigheid in de verdeling van aardse goederen' of 'vooruitgang, rekeninghoudend met gelijkwaardigheid' - samengevat als beleid dat door sociale, economische en politieke rechtvaardigheid wordt ingegeven.

Mag ik deze toespraak besluiten met het advies te herhalen dat Amartya Sen aan India gaf op de dag dat hij de Nobelprijs in ontvangst nam. Hij zei dat 'de doelstelling (van de staat India) moet zijn dat de betrokkenheid bij de mensen belangrijker is dan de producten en dat het economisch beleid zich in het bijzonder moet richten op diegenen in de maatschappij die er het slechtst aan toe zijn.'


Kalevala - het begin der tijden

Het Finse Heldenepos, verzameld door Elias Lönnrot, Christofoor, Rotterdam, 1978, blz. 7

Heel lang geleden, toen de luchtgeesten nog woonden in oorden, hoog in de lucht gelegen, leefde daar ook Ilmatar, de reine dochter van de lucht. Heen en weer trok zij door het onmetelijk lege luchtruim, tot zij eindelijk haar bestaan moe werd.
'Ik wil niet meer alleen maar maagdelijk voortleven in deze eindeloze ruimte!' sprak zij tot zichzelf. Daarom daalde zij af uit de luchten en liet zich neer op de wateren van de oerzee.
Toen kwam echter een boosaardige windstoot uit het oosten, hief haar op de branding van de zee en wierp haar in de schuimende golve. Heen en weer liet hij de jonkvrouw drijven en wiegde haar hardhandig op het blauwe, wijde water. En zij werd zwanger van de wind en bleef zevenhonderd jaar in de oerzee zonder haar kind te baren.


Het archief van Hermes7