Begin maart blijft de sneeuw hier in Leiden voor het eerst liggen,
vandaag. Ik hoop dat dit nummer jullie bevalt.
Zoals ik reeds zei is naar mijn mening vrijheid van het allerhoogste belang. Doch vrijheid kan onmogelijk begrepen worden zonder intelligentie; en intelligentie kan slechts tot stand komen wanneer men zelf ten volle de oorsprong van alle problemen doorgrond. De geest moet waakzaam zijn, oplettend, hij moet in een toestand van opperste gevoeligheid verkeren, zodat ieder probleem opgelost wordt zodra het zich voordoet, anders is het geen werkelijke vrijheid; dan is er slechts een gedeeltelijke oppervlakkige vrijheid, en die is van generlei waarde. Het is alsof een rijk man beweert dat hij vrij is. Grote Hemel! Hij is verslaafd aan drank, sex, comfort, en aan een dozijn andere dingen. En dan de arme mens die zegt: 'Ik ben vrij want ik heb geen geld' - maar hij heeft andere problemen. Zo kan dus vrijheid en de handhaving daarvan geen zuiver abstract begrip zijn; het moet iets zijn waar uw diepste verlangen als menselijk wezen naar uitgaat, omdat men slechts in vrijheid kan liefhebben. Want hoe kunt U liefhebben indien u eerzuchtig bent en wilt wedijveren?
(22) Er is karma in drie soorten: (a) zich uitwerkend in het huidige leven door een toepasselijk instrument; (b) dat wat nu gemaakt wordt en opgeslagen wordt om in de toekomst uitgewerkt te worden; (c) Karma dat uit vorige levens is opgespaard en niet tot uitdrukking komt doordat het ontoepasselijk is voor het instrument dat het Ego op dat moment gebruikt of door de kracht van het Karma dat nu tot uitdrukking komt.
Naar het buitenland gaan verruimt de horizon, maar het is nog verruimender om met buitenlanders in eigen land te praten.
In het Arabisch [is] het woord Allah (de hoogste naam voor God) grammaticaal mannelijk, maar het woord voor de goddelijke en ondoorgrondelijke wezenheid van God - al-dhāt - [is] vrouwelijk.
Het is niet vaak dat Hermes7 over kunst bericht, maar de tentoonstelling in het Groninger Museum over Diaghilev belooft even interessant te zijn als de Repin-tentoonstelling een paar jaar terug. Diaghilev was een Russische kunstliefhebber die talentvolle kunstenaars bij elkaar wist te krijgen en daarmee boeiende en uiteindelijk belangwekkende produkties wist te produceren op het gebied van muziek, ballet en toneel. De bekendste componist gestimuleerd door Diaghilev was Igor Stravinsky. Daarnaast werkte Diaghilev samen met bijvoorbeeld Pablo Picasso. De reden van deze korte aankondiging is de aanwezigheid van een theosofisch talent in deze groep: Nicholas Roerich. Samen met zijn vrouw richtte deze de Agni-yoga organisatie op. Zijn vrouw Helena vertaalde de Geheime Leer in het Russisch en samen verspreidden ze theosofie waar ze kwamen. In 1922 (of 1925, mijn bronnen spreken elkaar tegen) schilderde hij het in theosofische kringen beroemde schilderij: de boodschapper, waarvan gezegd wordt dat het H.P. Blavatsky voorstelt.
De folder van de tentoonstelling 'In Dienst van Diaghilev' in het Groninger Museum, vermeldt Roerich slechts een paar keer, maar bevat wel reprodukties van kostuums en schetsen voor kostuums van Roerich. Dit zal betekenen dat deze schetsen en kostuums in het museum te zien zijn, neem ik aan. De folder vermeldt verder dat Nichalas Roerich zich baseerde op Russische legenden, mythes en sprookjes (blz. 7) en dat Roerich en zijn collega's ervoor zorgden dat kostuums en decor meer een eenheid gingen vormen met de voorstelling.
Drs. ing. H.J. Spierenburg is auteur van een aantal boeken en artikelen over H.P.Blavatsky’s denkbeelden.
Zoals aan een ieder in de theosofische beweging bekend, vinden we in het werk van H.P. Blavatsky zeven menselijke beginselen. De bronnen van H.P.B. zijn vele en de namen waarmee zij die zeven beginselen noemt, zijn ook vele.
Naast de bekende termen uit het Sanskriet, vinden we de beginselen ook door H.P.B. met Griekse namen genoemd. Aangezien het oude Grieks de taal is waarin het Nieuwe Testament aan ons is overgeleverd, vroeg ik mij af of die zeven menselijke beginselen daarin ook in die betekenis zouden voorkomen. Na enig zoeken vond ik de bedoelde beginselen wel terug, maar soms in de vorm van een samenstelling. Maar dat doet H.P.B. ook heel vaak bij vergelijkingen, zie bijvoorbeeld The Secret Doctrine, I, blz.157.
Hieronder enige voorbeeld-teksten uit het Nieuwe Testament. Ik heb geprobeerd teksten te vinden die die termen op dezelfde wijze gebruiken.
In The Key to Theosophy, blz. 96, stelt H.P.B. Ãtman tweemaal op die pagina gelijk aan het Griekse Agathon, 'Plato's Hoogste Godheid', zegt zij ook nog aldaar. De juiste wijze van schrijven is to Agathon of Agathos, maar dat is nu minder belangrijk.
In het Nieuwe Testament vinden we het woord een aantal malen. Bijvoorbeeld in Luk. 18:19, waar Jezus zegt: 'Waarom noemt U mij Agathos; niemand is Agathos dan één, God [Theos].' Vrijwel dezelfde tekst vinden we in Mark. 10:18 en in een iets andere vorm ook in Matt. 19:18.
Is in het stelsel van
H.P.B. pneuma gelijk aan buddhi?
In Isis Unveiled, I, blz. 401, noot
*, stelt H.P.B. het Griekse nous gelijk
aan het Griekse pneuma. In de
volgende paragraaf vinden we een tekst van H.P.B. waarin zij zo
duidelijk zegt
dat manas en nous gelijk zijn, dat pneuma noodzakelijkerwijs
buddhi, of buddhi-manas moet zijn. In
H.P.B.'s Collected Writings, XII, diagram I, tegenover
blz. 524, vindt men
bij de cijfers 1 en 2 hoe men zich dat moet voorstellen. Ook
vinden we bij de
bronnen van buddhi en manas, maha-buddhi en mahat,
dezelfde structuur (zie Collected
Writings, X, blz. 324). In het Nieuwe Testament wordt het beginsel pneuma in ieder geval gehanteerd als een
hoger beginsel. Voorbeeld hiervan is Luk. 8:54-5, waar wordt gezegd:
"'Kind sta op!" En haar pneuma
keerde terug en zij stond dadelijk op...' Een ander voorbeeld vinden we
in Luk.
23:46: 'En Jezus riep met luide stem: "Vader, in Uw handen beveel ik
mijn pneuma." Dit zeggend, stierf hij.'
Dat H.P.B. manas gelijk stelt aan nous wordt duidelijk uit haar Collected Writings, XII, blz. 353, noot *, waar zij zegt: 'Het Sanskriet woord manas... wordt bij voorkeur door ons gebruikt als het Griekse nous...' Zie hiervoor ook haar Key to Theosophy, blz. 356.
In I Cor. 2:16 vinden we: 'Want wie heeft de nous van de Heer [Kurios] genoeg gekend om Hem te begrijpen? Maar wij hebben de nous van Christus.' Een ander voorbeeld geeft Openb. 17:9, waar wordt gezegd: 'Hier komt de nous die wijsheid [Sophia] bezit van pas. '
In The Key to Theosophy, blz.
360, stelt H.P.B. kãma-manas gelijk
aan het Gnekse phren.
In het Nieuwe Testament wordt dit woord in I Cor. 14:20 als volgt gebruikt: 'Broeders, weest geen kinderen in Uw phren, maar wel in de boosheid; wordt in Uw phren volwassen.
Dat het Griekse thumos door H.P.B. gelijk wordt gesteld met het kãma-rũpa, wordt duidelijk uit Collected Writings, I, blz. 292 en The Key to Theosophy, blz. 96 en 367.
In het Nieuwe Testament wordt de term als volgt gebruikt (Openb. 14:8): 'En een andere, een tweede engel, volgde en sprak: "Gevallen is het grote Babylon, dat van de wijn van de thumos van zijn hoererij al de volkeren heeft doen drinken."
Vele malen noemt H.P.B. prãņa het leven, de nephesh uit Gen. 2:7. Die nephesh wordt door H.P.B. gelijk gesteld aan het Griekse psyche. In Isis Unveiled, I, blz. xli, zegt zij: '...de psyche of de nephesh van de Bijbel; het vitale beginsel of de adem van het leven...' 'Laten wij niet zijn nephesh doodmaken', zegt de originele tekst van... Gen. 37:21."
In het Nieuwe Testament vinden we een tekst waaruit evenzeer duidelijk wordt dat wat met prãņa gebeurt bepalend is voor het voortleven van de mens, bijvoorbeeld Luk.1 12:20: 'Maar God [Theos] sprak tot hem: "Gij dwaas, deze nacht eist men Uw psyche van U op; en wat U zich verworven heeft, wat zal daarmede gebeuren?'"
H.P.B. noemt het Griekse eikon niet direct als het linga-śarira, maar het is eenvoudig aan te tonen dat dit juist is volgens haar.
In The Theosophical Glossary, blz. 348, noemt H.P.B. het Hebreeuwse zelem als het linga-śarira.
In het Oude Testament vinden we in Gen. 1:27: 'En God [Elohim] schiep de mens [ha-Adam] naar zijn zelem, naar de zelem van God [Elohim] schiep hij hem: man en vrouw schiep hij hen.' In de Septuagint, de Griekse tekst van het Oude Testament, luidt deze tekst als volgt: 'En God [Theos] schiep de mens [anthropos] naar de eikon van God [Theos], mannelijk en vrouwelijk schiep hij hen.' Het Hebreeuwse zelem wordt dus vertaald met eikon, het Griekse woord voor linga-śarira.
In het Nieuwe Testament vinden we in 1 Cor. 11:7: 'Want een man moet het hoofd niet dekken: hij is de eikon en de glorie van God [Theos]...'
Uit dit alles wordt wel duidelijk dat de zeven menselijke beginselen uit het werk van H.P. Blavatsky voorkomen in het Nieuwe Testament.
Weet je waarom Einstein geen muurtje kon metselen?
- Vertel, vertel! Ik heb geen idee.
Kan ik kort op antwoorden. hij had maar een steen - ein stein.