(23)
Drie aspecten worden door karma gebruikt in elk wezen om tot
uitdrukking te
komen: (a) het lichaam en de omstandigheden; (b) het denken en het
intellect; (c)
de psychische en de astrale velden.
(24)
Karma uit het verleden of heden kan elk, of beide tegelijk, tot
uitdrukking
komen in de drie velden van karmische handeling. Ook is het mogelijk
dat
tegelijkertijd in elk veld een andere klasse van Karma zich uit dan in
de
andere.
Geen lach, geen zegen.
Het is makkelijk advies te geven, maar hoe moeilijk is het niet onder soortgelijke omstandigheden dat zelfde advies te ontvangen? We twijfelen zo zelden aan dat wat wij als waar accepteren, en dus denken we dat zij die niet met onze ogen kijken, allen ongelijk hebben.
Henk Spierenburg werd geboren 24-01-1934 in een communistisch arbeidersgezin in Den Haag. Zijn vader was stratenmaker en had een kleine aannemerij, waar Henk toen hij wat ouder werd de administratie voor gedaan heeft. De Tweede wereldoorlog drukte een groot stempel op zijn kindertijd. Na de lagere school volgde hij de LTS, zoals destijds in die kringen gebruikelijk. Hij werd instrumentmaker.
Op 15-jarige leeftijd, september 1949, gaat hij voor het eerst aan het werk. Dat was, zoals in die tijd gebruikelijk, een 48-urige werkweek en onbetaald overwerk. Hij kwam als burgerambtenaar in dienst bij het Ministerie van Marine (later Defensie) voor een loontje van 46 gulden per maand. Lange tijd werkte hij in een dienstonderdeel dat zich bezighield met het onderhoud en beheer van de Rijkszee- en Luchtvaartinstrumenten. Hij repareerde onderdelen, sleep lenzen en stelde spiegels bij o.a. periscopen van duikboten.
Om vooruit te komen bezoekt hij in de avonduren de avond-HBS. Direct na het werk door naar de avondschool, gewapend met een stapel boterhammen: tijd voor een warme maaltijd is er niet. Drie avonden school tot 10.00 uur s'avonds, en daarbij huiswerk. In die periode komt hij voor het eerst in aanraking met het werk van mevrouw Blavatsky. Dat zal hem zijn hele leven niet meer loslaten.
Zijn werk bij de Marine verandert langzaam van karakter, tot hij in januari 1968 ontslag neemt omdat hij werk gevonden heeft dat beter bij zijn instelling en aanleg past. Dit was een eenvoudige administratieve baan in deeltijd, om meer tijd te hebben voor de activiteiten die hem nader aan het hart lagen: studeren, lezingen houden en zorgdragen voor de maandelijkse uitgave van het tijdschrift Lucifer, dat hij met een aantal mensen had opgericht.
Tegelijkertijd was hij actief bezig een aantal Jong Theosofen op te leiden - het "klasje" in Amsterdam. Hij hield veel lezingen, waaronder de destijds legendarische lezingencyclus "In de Ban van de Ring". In die hectische periode ontmoette hij zijn toekomstige vrouw. Ze vertelt dat ze met telegrammen naar Den Haag gesommeerd werd, waarbij hij haar envellopes met geld toe stuurde werden zodat ze zich de reis kon veroorloven.
Van kantoorklerk bij een verzekeringsmaatschappij, klom hij op tot “ICT-manager” (destijds heette dat anders). Hij was eindverantwoordelijk voor de automatisering van de polisadministratie. Tot drie keer toe heeft hij mislukte ICT-projecten mogen opruimen. Hij deed rekenwerk op hoog niveau binnen die wereld, zoals het maken van een prognose voor de overgang van een no-claim systeem naar een bonus/malus systeem in de wereld van de autoverzekeringen. Op zijn 60e ging hij met de VUT, zodat hij al zijn tijd en energie in de theosofie kon steken en vooral in het schrijven van boeken. In die periode heeft in 1995 een bijzondere gebeurtenis plaatsgevonden - Henk ging een week naar Californië. Voor de mensen die hem goed kenden een heel bijzondere stap, want Henk reisde liefst helemaal niet. Amsterdam was al een wereldreis. De reden was dat hij ontzettend graag zijn Amerikaanse uitgever in Point-Loma wilde ontmoeten, de oude heer Emmett Small.
Het contact met deze uitgever heeft voor Henk veel betekend: eindelijk kon er werk van hem in boekvorm gaan verschijnen. De ondersteuning en correcties van Emmett Small bleven altijd zakelijk en gericht op een zo goed mogelijk boek, zonder de auteur beperkingen op te leggen. Tot aan de dood van Emmett Small is Henk voor zijn Engelstalig werk zijn uitgever dan ook zeer trouw gebleven. Toen de eerste boeken eenmaal uitgekomen waren, is hij voor Ankh-Hermes ook boeken gaan schrijven, meestal lichtere kost. (#)
Henk is overleden aan de gevolgen van een aanrijding door een fietser. In eerste instantie heeft hij zijn heup gebroken. In het ziekenhuis is er een pin in gezet. Deze pin is gebroken en de wond die daarbij ontstond is ontstoken. Aan die ontsteking is hij uiteindelijk op 5 maart 2005 overleden. Dit hele proces heeft ongeveer een maand geduurd. De crematie was op 11 maart.
(*) De 45 voorchristelijke messiassen (1966). Het moet ergens in de bibliotheek van het KUN liggen, maar pogingen om het tevoorschijn te toveren hebben gefaald en Henk had geen exemplaar meer.
Volmaakte eenvoud is het moeilijkste wat er bestaat...(Pupul Jayakar)
Krisnamurti's antwoord daarop: " Ja, als je werkelijk eenvoudig was, zou je van daaruit de hele complexiteit van het leven begrijpen. Maar wij beginnen bij het gecompliceerde en zien nooit de eenvoud. We hebben ons brein getraind om naar het ingewikkelde te kijken en daarvoor oplossingen te vinden. Maar de buitengewone eenvoud van de feiten zien wij niet."
Pupul: " Volgens de Indiase traditie zijn alle elementen uit geluid voortgekomen: de PANCH MAHA BHUTAS : Geluid dat terugkaatst en toch niet gehoord wordt."
Krishnaji: " Dat is het. Maar uiteindelijk zeiden volgens de Indiase traditie Boeddha en Nagarjuna dat de mens alles moet ontkennen. Nagarjuna ontkende alles, iedere beweging van de psyche. Waarom heeft men die weg niet gevolgd? Niet de wereld ontkennen-je kunt de wereld nu eenmaal niet ontkennen. Men heeft de wereld echter wel ontkend. Waarom heeft men de weg van het volledig ontkennen van het 'ik' niet gevolgd?"
Pupul: "Afstand doen is het ontkennen van het 'ik', in feite slaat afstand doen nooit op iets uiterlijks."
Krishnaji: " Afstand doen betreft het innerlijk. 'Hecht niet aan je
lendedoek.' Ik denk dat wij in een net van woorden gevangen zitten. Wij
leven niet met de feiten. Ik lijd en de manier om daar een eind aan te
maken is niet wegvluchten in illusies. Waarom hebben de mensen dat niet
onder ogen gezien en verandering in het feit aangebracht? Komt dat
omdat wij met ideeen leven, met idealen-onwerkelijkheden?
Wij leven met de geschiedenis van de mensheid. Ik ben de mensheid en
het 'ik' betekent eindeloze misere. Als je een eind wil maken aan die
misere, moet er een eind komen aan het 'ik'."
Pupul: " Het is in feite het einde van tijd, nietwaar?"
Krishnaji: " Ja. Het einde van tijd-denken, dat wil zeggen luisteren zonder tussenkomst van woorden. Naar het universum zonder geluid luisteren. Een arts in New York zei dat de fundamentele vraag is of de hersencellen, die al eeuwen geconditioneerd zijn, een mutatie kunnen bewerkstelligen. Ik zei dat die alleen maar mogelijk is door te luisteren. Maar niemand is bereid totaal te luisteren. Als de mens werkelijk zou zeggen 'Ik moet vreedzaam leven', dan zou er vrede in de wereld zijn. Maar hij wil niet in vrede leven. Hij is ambitieus, arrogant, kleinzielig. En dus hebben wij het belang van dit alles gereduceerd tot een paar onbeduidende reacties. Realiseer jij je dat Pupul? Wij leiden zo'n onbeduidend leven- van hoog tot laag."
Het gesprek gaat verder over de betekenis van geluid en hij legt uit:
"Als je niet went aan de geluiden, de golven, de wind, de mensen om je heen, dan is geluid van uitzonderlijke betekenis. Dan hoor je alles telkens voor het eerst. Iemand zegt bijvoorbeeld, tijd en denken vormen de beweging waaruit het leven van de mens bestaat. Een simpel feit is meegedeeld. Kan ik daar nu naar luisteren zonder het geluid van de woorden? Dan pas zie ik de diepte van die uitspraak in en die raak ik niet meer kwijt. Ik heb haar in haar geheel beluisterd. Het heeft mij het feit doen inzien dat het zo is, en wat zo is, is altijd absoluut."
Op uitnodiging van de
Afdeling Alkmaar van de Vereniging van Spiritisten
"Harmonia"
hield mijn man, R.J.Heijboer, onlangs een lezing over "Theosofie en de
Theosofische Vereniging" in het gezellige zaaltje van de Odd
Fellows in
het Varnebroek. Wij werden er zo hartelijk ontvangen - alsof we "oude
bekenden" waren - dat
we ons in
deze kring meteen thuis voelden. Ik breng deze bijeenkomst hier
niet ter
sprake om u een uittreksel te geven van de aldaar gehouden lezing, maar
vanwege
de geanimeerde discussie na afloop. Tot goed begrip van wat volgt
zij alleen
vermeld, dat de spreker het spiritualistische klimaat schetste waarin
de
stichting van de TV plaatsvond en het betreurde dat beide
bewegingen zo uit
elkaar zijn gegroeid, hoewel zij een gemeenschappelijke
wortel hebben in het
anti-materialistische denken van de 19e eeuw. In de beginperiode
van de TV werden
de meeste leden uit spiritualistische kringen gerekruteerd, en
hielden HPB en
Olcott zich uitvoerig bezig met het testen van mediums (zie Theosofia
april 1978, p.72 e.v.).
Uit de gesprekken na de lezing bleek,
dat de
spiritisten graag meer contact zouden willen hebben met theosofen. Zij
dachten
van theosofen veel te kunnen leren wat betreft de kennis van de hogere
gebieden,
terwijl de theosofen, die huns inziens veel te theoretisch
ingesteld zijn, van
hen zouden kunnen leren, hoe je praktische ervaring op paranormaal
gebied kunt
krijgen.
Het idee dat alle
verschijnselen op seances door overledenen veroorzaakt zouden
worden, hebben
ze allang laten varen - uiteraard
niet het idee dat contact met overledenen mogelijk is. Er waren onlangs
bijvoorbeeld experimenten met psychometrie gedaan. Een
gemeenschappelijke
interesse van theosofen en spiritisten zou ook
reïncarnatieonderzoek kunnen
zijn, waarover tegenwoordig zoveel boeiende en betrouwbare
literatuur
verschijnt. Deze Alkmaarse groep spiritisten was vertrouwd met de
gedachte aan
reïncarnatie.
Ik wil hier nog even
voortborduren op wat die avond in de discussie naar voren kwam.
Het was vooral
de misleidende "schil" -theorie, die de spiritisten tegen de
theosofen in het harnas heeft gejaagd. Mevr. Blavatsky had
herhaaldelijk de
mening geventileerd, dat op seances de lege schaduwen van
overledenen werden gematerialiseerd, de umbrae of
simulacra, die bestaan uit aardgebonden passies, ondeugden en wereldse
gedachten,
een residu van de vroegere persoonlijkheid - alles wat niet met de
bevrijde
ziel en geest mee kon en gedoemd was in de aardse atmosfeer te
ontbinden, een
soort astrale lijken dus. Daarom keerde zij zich fel tegen de
spiritualisten
die zij eerst met zoveel verve had gesteund.
A.P. Sinnett, de
ontvanger van de Mahatma Letters,
wees er in 1913 op (in de 2e editie van de lncidents in
the Life of Madame Blavatsky, p.141), dat de overledenen een veel
langere tijd op het astraal gebied doorbrengen dan
aanvankelijk werd
aangenomen. Daardoor is de mogelijkheid van contact wel degelijk
aanwezig. In
de begintijd van de TV voelden we ons, aldus Sinnett, vooral
aangetrokken tot
de bestudering van het weidse panorama van de menselijke evolutie -
bollen, rondtes en rassen, en niet zozeer tot
de bestudering van onze onmiddellijke toekomst op het astraal gebied.
Daarmee
leken we op de man die zo geabsorbeerd naar de sterrenhemel keek dat
hij in een
sloot liep. Het is de latere, door onderzoek verzamelde kennis van
het astraal
gebied en de hogere gebieden in het algemeen, die ook van groot
nut kan zijn
voor spiritisten.
Verder wijst Sinnett
op
het verdienstelijke werk van de spiritisten, waardoor miljoenen
overtuigd zijn
geraakt van een leven na de dood (Collected
Fruits of Occult Teaching, Londen 1919, p.153). Bovendien weet hij
te vertellen dat een Meester, die hij met de initiaal "H."
aanduidt,
de spiritualistische beweging inspireerde. Overigens had ook HPB
tegen Olcott
gezegd, dat de Broederschap van Adepten achter het
spiritualisme stond om de
lacunes in onze kennis aan te tonen en de mensen attent te maken op een
leven
na de dood, d.w.z. op vormen van bewustzijn buiten het stoffelijk
lichaam. Uit
dien hoofde vond Sinnett het een kwalijke zaak dat vele theosofen zich
denigrerend uitlieten over het spiritualisme, over mediums en
seances.
Naast
reïncarnatie-onderzoek zou een reden voor samenwerking kunnen
zijn de dringende
noodzaak maatstaven te ontwikkelen om langs paranormale weg
verkregen
"boodschappen" op hun authenticiteit te kunnen toetsen.
Er verschijnt op het
ogenblik een stroom van literatuur onder de namen van Koot Hoorni,
El Morya,
Serapis Bey en Djual Khool , die telepathisch ontvangen heet te
zijn en in
werkelijkheid bestaat uit opgeklopte gemeenplaatsen en idealistisch
gezwam.
Hoe kun je checken of
de
inspiratiestroom inderdaad van een Meester afkomstig is? De
spiritisten hebben
de indruk dat veel van de door onze "Groten" geclaimde inspiratie,
gezien de feilbaarheid van de aldus gedane uitspraken, niet zozeer van
zeer
hoge wezens afkomstig geweest zal zijn, als wel van overledenen
die in
dezelfde onderwerpen geïnteresseerd waren en een band met de
ontvangers hadden.
Zelfs in de tijd van mevr. Blavatsky, die geïnspireerd werd, naar
haar zeggen,
door levende Adepten, was er in elk geval één
uitzondering:
de Platonist Henry More. Volgens O1cott (ODL, TPH 1941, p.238
e.v.) was hij
een van de inspirators van Isis
Ontsluierd en zó verdiept in zijn studies, dat hij vergat een
nieuwe incarnatie
te plannen.
Maar ook als het om
een authentieke
inspiratie uit hogere regionen gaat, is bij het beoordelen een
moeilijkheid,
dat de ervaring vorm aanneemt in de psyche van de ontvanger en
daardoor wordt
gekleurd. In een van de nieuwtestamentische apocriefen, de
Handelingen van Petrus,
komt Petrus in een bijeenkomst te spreken over zijn schouwen van
de Gedaanteverandering
op de berg Tabor (Mattheüs 17, 1-13) en eigenlijk weet hij
hierover niets anders
te zeggen dan: Talem enim vidi qualem capere potui (Ik zag hem in een
zodanige vorm als ik in staat
was in mij op te nemen). Bij deze bijeenkomst zijn een paar
weduwen aanwezig, blind en
ongelovig van hart. De apostel maant hen in hun geest te zien wat zij
niet met
hun ogen kunnen zien. De vergadering verzinkt in gebed en plotseling
wordt de
zaal overstroomd met een schitterend licht; het lijkt niet op daglicht,
maar
het is een onzegbaar, onzichtbaar
licht. En dit stralende "onzichtbare licht" schijnt in de ogen
van deze vrouwen die rechtop staan te midden van de neergeknielde
menigte. Als
hun later gevraagd wordt wat ze gezien hebben, zegt de een:
een grijsaard, de
ander: een jonge man, en weer een ander: een kind dat haar ogen
zachtjes
aangeraakt en geopend had (M.R. James, The Apocryphal New
Testament,
Oxford 1950, p.321/322).
Dit voorbeeld staat
niet
alleen. In de Handelingen van Johannes wordt het
roepingsvisioen van Johannes
en Jakobus als volgt beschreven. Beiden hadden de hele nacht in
hun boot op
het meer gevist en bij hun terugkeer zien ze op de oever iemand die hen
wenkt. Maar
hun visies verschillen: de een ziet een kind, de ander een
aardige, knappe
man, voornaam van optreden (James, p.251). Het visioen van een
bovenzinnelijk
licht of van Christus neemt dus een individuele gestalte aan in de
psyche van
de ontvangers. Men kan zich ook voorstellen dat, naarmate er een
transformatie
van het bewustzijn plaatsvindt, de beelden waarin het contact met het
numineuze, het mysterium temendum, vorm krijgt, een ontwikkeling
vertonen.
Hieruit valt af te
leiden
dat we door bepaalde beelden heen moeten leren zien om de ervaring die
erachter
ligt, te ontdekken en aan te voelen.
Wat betreft
telepathisch
of door uittreding ontvangen 'boodschappen” of informaties kunnen we
vooralsnog
het beste ons gezond verstand laten werken. Belangrijk is de inhoud van
de
boodschap, niet de kleur van de vormgeving, of de geclaimde
onfeilbaarheid van
de doorgever of de bron (zie Theosofia
april 1977, p. 52 e.v.).
Zoals ik het begrijp zijn er minstens drie redenen waarom over het geheel genomen het verder bewust ontwikkelen van helderziendheid en dergelijke vermogens afgeraden wordt. De eerste van die redenen hebben te maken met het feit dat wat waargenomen wordt doorgaans niet van erg hoogstaande kwaliteit is. Zoals mevrouw Heijboer ook al aan geeft: wat waargenomen wordt is afhankelijk van het bewustzijn van degene die waar neemt. Dan is het dus eerst zaak de waarnemer te zuiveren (of zelfs op te lossen!) en dan pas met het onderzoeken van onbekende gebieden bezig te gaan. Ten tweede kan het ontwikkelen van helderziende vermogens leiden tot een eenzijdige ontwikkeling. Om dit te voorkomen raadt men doorgaans aan dit soort vermogens te laten komen als ze komen en er niet actief voor te werken. Er zijn belangrijker dingen in de wereld dan het waarnemen van aura's en dergelijke. De derde reden is dat we nogal op een zijspoor kunnen raken als we te veel gefascineerd worden door dat wat zich op astraal niveau afspeelt. 'Zoek je guru niet op die illusoire niveau's' - Blavatsky in de Stem van de Stilte (Vrij vertaald). Uiteindelijk is wijsheid de vrucht van een juist leven, een juiste motivatie en een rein denkvermogen. Wie te veel energie stopt in spiritueel touristje spelen, kan niet verwachten dat werkelijke wijsheid op zijn pad komt. - redactie